2020-04-03

Omslag

De voorkant van een rapport, vaak van stevig papier, zoals bij een boek. Het bevat een aantrekkelijke afbeelding, de titel plus eventuele ondertitel van het rapport, en de auteursnamen

2020-04-03

Omslag

Een omslag is een beperkt aantal bescheiden, bijeengehouden door een daaromheen gevouwen blad papier. Deze definitie is gelijkluidend aan N.A.T. nr. 10. De grens tussen de omvang van een omslag en een pak ligt in het algemeen bij een dikte van twee centimeter. Met omslag wordt, evenals met pak, een aantal bescheiden zelf bedoeld en niet de verpakking. In de praktijk treft men omslagen aan in mappen; pakken in portefeuilles of dozen In oude administraties reeg men bij elkaar behorende stukken aan...

2020-04-03

omslag

Omslag is de manier van meerderen bij het breien; de werkdraad wordt om de breipen geslagen, zodat er een extra lus op de breipen komt; afhankelijk van het breipatroon wordt de draad om de naald geslagen.

2020-04-03

omslag

omslag - zelfstandig naamwoord uitspraak: om-slag 1. het anders maken of worden ♢ door de omslag van het weer konden we niet zeilen 2. iets waarvan de andere kant naar buiten geslagen is ♢ met een omslag past de mouw toch 3. het buitenste blad van een boek of schrift ♢ de naam...

2020-04-03

omslag

omslag - m. (argot), uitvlucht, misleidende verklaring of beweging.

2020-04-03

omslag

omtrekkende beweging. Een omslag maken, door een of andere slinkse manoeuvre iets bewerken.

2020-04-03

Omslag

zie Omhaal.

2020-04-03

omslag

omslag - Bij bibliografische beschrijvingen, de aangehechte papieren band van een boek of pamfletten die oorspronkelijk bedoeld waren als tijdelijke banden om later vervangen te worden door een vaste band.

2020-04-03

OMSLAG

Reglementaire heffing rustend op vast goed. Zo heffen waterschappen tot bestrijding van de kosten der zeewering (of andere werken) na 1533 een O. op landerijen binnen hun gebied, en wel in verhouding tot het kadastraal inkomen daarvan, volgens classificatie, of naar opp.

2020-04-03

omslag

('om) m. (-en; -je) I. [omslaan I 3] 1. om iets heen geslagen omkleedsel: een boek met blauwe -. 2. envelop: de van een brief. 3. doek om een krank lichaamsdeel geslagen: een om een wond heen. II. ook o. [I 5] 1. omgeslagen boord, rand: een pantalon met een onderaan. 2. kruk: de van een zwengelboor. Syn. zwengel. III. [I 6] belasting naar de mate van het bezit onder de belastingschuldigen verdeeld: hoofdelijke -, zo een gemeentelijke belasting voor elk gezinshoofd. IV. [< niet...

2020-04-03

Omslag

Het begrip omslag heeft 3 verschillende betekenissen: 1. omslag - m. woelige beslommering, omhaal, drukte, inz. in toepassing op huishoudelijke zaken: zijn bezoek veroorzaakte de vrouw des huizes veel omslag en kosten; — omslag maken, omhaal of drukte maken, meer doen of overhoophalen dan men gewoon is; — niet veel, (weinig, geen) omslag maken voor iem., niet veel bijzonders doen om het hem aangenaam te maken; — niet veel omslag maken met iem. of iets, er zonder complimenten...