Wat is de betekenis van Omkeeren?

1898
2020-12-05
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Omkeeren

omkeeren, (keerde om, heeft en is omgekeerd), iets zoodanig wenden dat het een anderen stand bekomt, andersom plaatsen ; eene kaart omkeeren; — zijn kopje omkeeren, (gew. voor) bedanken voor meer (aan de thee- of koffietafel); — (fig.) de centen, de dubbeltjes omkeeren, met spaarzaamheid te werk gaan, (ook) karig zijn; — de hand n...

Lees verder
1898
2020-12-05
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Omkeeren

zie Keeren.