Wat is de betekenis van omgeven?

2020
2020-10-31
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

omgeven

omgéven - Werkwoord 1. (ov) zich eromheen bevinden, zich bevinden rondom Het huis is geheel omgeven door prachtige bossen. 2. voorzien van iets dat omgeeft (met, door) ómgeven - Werkwoord 1. (ov) ronddelen omgeven - Werkwoord 1. voltooid deelwoord van omgeven...

Lees verder
1994
2020-10-31
Muiswerk

Woordenboek van Muiswerk Educatief

omgeven

omgeven - onregelmatig werkwoord uitspraak: om-ge-ven 1. er rond omheen zijn ♢ de hoge bomen omgeven het huis 2. het om iets of iemand heen zetten ♢ hij omgeeft zich met boeken Onrege...

Lees verder
1916
2020-10-31
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

omgeven

(omgaf, heeft omgeven), 1. iemand of iets aan alle kanten omringen, zich eromheen bevinden: de binnenplaats was met hoge muren —; aanwezig doen zijn om: de wolken omgaven ons met nevel en regen; van ontstoff. zaken: de stilte die ons omgaf; 2. zich rondom de persoon of het voorwerp bevinden, als betoning van eerbied, belangstelling enz: talri...

Lees verder
1898
2020-10-31
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Omgeven

omgeven, (omgaf, heeft omgeven), zich rondom den persoon of het voorwerp bevinden, ter betooning van eerbied, belangstelling enz. : talrijke ridders en edelknapen omgaven den vorst; treurende bloedverwanten omgaven het ziekbed; (van verschillende stoffelijke zaken) iem. of iets aan alle kanten omringen, zich er om heen bevinden : rook omgaf ons; ee...

Lees verder
1898
2020-10-31
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Omgeven

zie Insluiten.