Wat is de betekenis van of?

2023
2023-01-29
WhatsApp woordenboek

redactie Ensie

OF

Off

2019
2023-01-29
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

of

of - Voegwoord 1. Nevenschikkend: gebruikt om keuze aan te geven Hij loopt (of) over straat, of hij zit in de kroeg. 2. Onderschikkend: inleiding van een bijzin om onzekerheid aan te geven Ik weet niet of Jan wel komt''. 3. oftewe...

Lees verder
2018
2023-01-29
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

of

of - voegwoord 1. verbinding tussen twee mogelijkheden ♢ je gaat naar school of je gaat werken 2. geeft aan dat het onzeker is ♢ ik weet nog niet of ze komt 1. hij deed of hij mi...

Lees verder
1992
2023-01-29
Een woordenboek van de filosofie

Begrippen, stromingen, denkers

Of

Zie conjunctie en disjunctie.

1973
2023-01-29
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

of

voegw., 1. ter verbinding van twee zinsdelen die verschillende mogelijkheden uitdrukken (in sommige contexten elkaar uitsluitend, in andere niet; in het laatste geval gebruikt men wel de constructie en/of): het is dag — het is nacht; deze — gene, iemand, wie ook; de een — ander, iemand; het een — ander, iets; een — and...

Lees verder
1952
2023-01-29
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Of

conj., of; (alsof), oft; ja — neen, ja ofte né; min — meer, min ofte mear.

1951
2023-01-29
Woordenboek Engels (EN-NL) 1951

Dr. F.P.H. van Wely

of

van; the city of Rome, de stad Rome; of itself, vanzelf; uit zichzelf; no prudence of ours, van onze zijde; the three of them, het drietal; there were fifty of them, er waren er vijftig; ze waren met hun vijftigen; he of all men, en dat juist hij; Prussian of (the) Prussians, een echte Pruis; of an evening (morning), des avonds, des morgens.

1950
2023-01-29
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Of

vw., 1. ter verbinding van twee zinnen of zinsdelen die elkaar uitsluiten en waarvan er slechts een aan de werkelijkheid kan beantwoorden: het is dag of het is nacht; hij wil overwinnen of sterven; — deze of gene, enig persoon, wie ook ; — de een of ander, enig mens, iemand; — het een of ander, enig din...

Lees verder
1937
2023-01-29
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

of

I. (nevenschikkend voegw.: 1 tegenetellend; 2 schijnbaar gelijkstellend): 1. ja of neen; 2 een adverbium of bijwoord, anders gezegd; II. (onderschikkend voegw.: 1 voorwaardelijk; 2 grammatisch verbindend): 1. ik neem het aan, of gij het goedvindt of niet; (meer toegevend: ofschoon): of hij al boos is, het kan mij niets schelen; (meer vergelijkend...

Lees verder
1930
2023-01-29
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

of

1. om aan te duiden dat slechts één der beide gevallen waar is : het is dag het is nacht; ja neen; liever, ook, ook wel, wel, zelfs. 2.in het tegenovergestelde geval: schei uit, hij zal het merken. 3. immers niet: meen jij alles alleen te weten? jij meent immers niet... 4. ongeveer: een pond drie. 5. anders gezegd : het bijwoord ad...

Lees verder
1869
2023-01-29
Geographisch

Geographisch-woordenboek

Of

Zie OPH

1864
2023-01-29
Nieuw woordenboek der Nederlandsche taal

I.M. Calisch (1864)

Of

Of, vw. aanduiding van twijfel of onzekerheid; indien; dan wel; als of; naauwelijks; ik weet niet - het waar is; zie - dit uitvoer- baar@#is; gij vraagt - ik u bemin; hij kwam daar als - hij geroepen was (juist van pas); de eene - de andere, een van beide; eene el - zes, iets meer of minder dan zes ellen.