Wat is de betekenis van Nuttigheid?

1973
2020-11-26
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

nuttigheid

v. (-heden), het vermogen van een goed om in een behoefte te voorzien. (e) De economie gaat niet in op het ethische vraagstuk of de behoefte zelf al of niet geoorloofd is; aan sterke dranken wordt evenzeer nut toegekend als aan geneesmiddelen.

Lees verder
1949
2020-11-26
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Nuttigheid

in de economie de eigenschap van een goed, om in de behoeften van de mensen te voorzien, dit zonder rekening te houden met de vraag of de goederen objectief gewenst zijn voor het welzijn van de mens.

1916
2020-11-26
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Nuttigheid

Nuttigheid - zie WAARDE.

1898
2020-11-26
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Nuttigheid

v. nut.