Nul
(<Lat.), I. telw., 1. (rek.) telwoord dat het ontbreken van elke hoeveelheid of van eenheden van een bep. orde uitdrukt: het gehalte aan in water oplosbare kali is bijna nul; — nul ik houd er een, bij het hardop tellen; — nul ik houd er een, of ik houd een bokje, om waardeloosheid of geringschatting uit t...