Wat is de betekenis van Noten?

2020
2021-03-01
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

noten

1) (2004) (sch.) teelballen. De term is veel ouder maar werd pas laat op schrift teruggevonden. De gelijkaardige Engelse slangterm 'nuts' werd al in 1704 opgetekend. Het WNT vermeldt het woord niet in de betekenis van testikel. Heestermans (Erotisch Wdb.) geeft 'noot' enkel voor vrouwelijk geslachtsorgaan, met een citaat uit de 16e eeuw. Syn.: ball...

Lees verder
2019
2021-03-01
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

noten

noten - Bijvoeglijk naamwoord 1. van notenhout vervaardigd noten - Zelfstandignaamwoord 1. meervoud van het zelfstandig naamwoord noot

Lees verder
2016
2021-03-01
Culinair van a tot z

Culinair van a tot z

noten

Verzamelnaam voor éénzadige, niet openspringende vruchten als hazelnoot, amandel, cashewnoot e.d.

2009
2021-03-01
Sinterklaaslexicon

Sinterklaas van A tot Z door Marie-José Wouters

Noten

→ Pepernoten.

2002
2021-03-01
Lexicon voor de kunstvakken

Verklaringen van woorden die gebruikt worden in teksten over kunst.

noten

Noten zijn tekens (zie teken (1)) voor tonen (zie toon (2)); een noot in de notenbalk geeft de notenwaarde én de toonhoogte aan.

1994
2021-03-01
Rapportagetechniek

Rapportagetechniek

Noten

Middel om extra informatie bij een deel van de tekst te geven. Onderaan de pagina (voetnoot) of aan het eind van een hoofdstuk/rapport (eindnoten).

1981
2021-03-01
Lexicon der Natuurgeneeskunde

Vraagbaak voor het moderne gezin (Uitgave Milinda Uitgevers, 1981)

Noten

grote, meestal in een harde schaal gehulde zaadkernen, met een hoog gehalte aan vetten, eiwitten, vitaminen, auxonen; voor een streng doorgevoerd vegetarisch dieet of rauwkost onontbeerlijk. Walnoot, hazelnoot, paranoot, cocosnoot, amandel zijn de meest gebruikte. De pinda behoort tot de peulvruchten, is in waarde echter vrijwel gelijk aan de noten...

Lees verder
1973
2021-03-01
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

noten

I. o. (mv.), verzamelnaam voor een aantal nauw verwante houtsoorten uit het geslacht Juglans (e): een — tafel; II. bn., 1. van, als die houtsoort; 2. in de kleur van notehout geverfd. (e) Het Europees noten (Juglans regia) onderscheidt men naar het land van herkomst, o.a. Inlands, Frans, Duits, Italiaans en Kaukasisch. Het laatste wordt h...

Lees verder
1954
2021-03-01
Medisch

Eerste Medisch Systematische Ingerichte Encyclopedie

Noten

een voedzame lekkernij, bevatten 40-60% vet en vaak ook vitaminen van het B-complex.

1950
2021-03-01
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Noten

onverb. bn., 1. van notenhout: een notentoilettafeitje; 2. in notenkleur geverfd.

Lees verder
1933
2021-03-01
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Noten

(muziek), de teekens, waaruit het gebruikelijke muziekschrift hoofdzakelijk bestaat ( →Notenschrift). De n. zijn ontstaan uit de →neumen, welken naam nu ook nog de n. van het Gregoriaansche muziekschrift dragen. De plaats van de n. op den notenbalk, alsmede de sleutel bepalen de toonhoogte (→Notenlijnen); de vorm der n. bepaalt de ve...

Lees verder
1898
2021-03-01
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Noten

onverb. bn. van notenhout: een noten toilettafeltje.

1870
2021-03-01
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Noten

Noten (notae musicae) vormen de toonteekens der muziek. Het oudste notenschrift en tevens het rijkste toonstelsel is dat der oude Grieken. Het toonschrift, waarvan zij zich bedienden, bestond uit eene lijn boven de tekstwoorden, benevens de 24 groote en kleine letters van hun alphabet, welke zwart of gekleurd, in eene liggende, staande of omgekeerd...

Lees verder