Non
I. NON, v. (-nen), 1. (R.-K.) vrouwelijk persoon die de kloostergelofte heeft afgelegd, kloosterzuster: non worden; monniken en nonnen; 2. (scherts.) meisje of vrouw die in de wereld met min of meer gemaakte ingetogenheid leeft; 3. soort van duif, zwart met witte gekuifde kop; 4. nonvlinder; 5. (gew.) gedraaide arm van een spinne...