Wat is de betekenis van non?

2020
2023-01-29
Meertens Instituut

Nederlandse Voornamenbank

Non

Eenstammige verkorting van een Germaanse naam, nog eens sterk verkort via de stam nôthi, respectievelijk -a uit nand-namen; nand- is Gotisch nanths 'dapper' (zie -nand-); vergelijk Stark 168: Nonno = Nando. Vgl. Ferdinand.

2019
2023-01-29
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

non

non - Zelfstandignaamwoord 1. (religie) inwoonster van een vrouwenklooster Nonnen kan men makkelijk herkennen aan hun typische zwart-witte kledij. Synoniemen zuster

Lees verder
2017
2023-01-29
Uit Oost en West

verklaring van 1000 woorden uit Nederlands-Indië

non

non [meisje]. Zie non(n)a.

Lees verder
2000
2023-01-29
Bijgeloof

Lexicon van het Bijgeloof

Non

De gelofte der kuisheid en het niet gehuwd zijn van nonnen, monniken en priesters vinden (en vonden) vele mensen verdacht, en dat is vermoedelijk de reden van het negatieve bijgelovige imago van de vertegenwoordigers van de geestelijke stand, die men vroeger liever niet zomaar over straat zag gaan. Een non tegenkomen vond men minstens zo akelig als...

Lees verder
1997
2023-01-29
Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

non

In het zuiden van het taalgebied komt de weinig extatische bastaardvloek honderd zakken gort voor de nonnen voor. Men mag bij non natuurlijk aan ‘zuster, religieuze’ denken. Toch is het aannemelijker om in gort voor de nonnen een substituut te zien van godverdomme, waardoor de vloek iedere vlinderachtige lich...

Lees verder
1993
2023-01-29
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Non

kloosterzuster; duif; aanspreektitel van een meisje (Ind.)

1991
2023-01-29
Lesbotaal Lexicon (1991)

Lesbiaans : lexicon van de lesbotaal (1991). Geschreven door Kunst, Hanneke, en Xandra Schutte.

Non

Non - lesbo die zich pas na teleurstellingen met heren op de dames stort en dit zo nadrukkelijk doet dat duidelijk is dat ze allereerst zichzelf nog moet overtuigen. Een non keert na teleurstellingen met dames dan ook vaak weer terug in de herenarmen. Dan wordt dat verklaard met ‘dat kan weer tegenwoordig’. Ook het Anja-Meulenbelt-effec...

Lees verder
1990
2023-01-29
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

non

non - Vrouwen die behoren tot religieuze ordes gewijd aan godsdienst en meditatie. Nonnen leggen meestal geloften van armoede, kuisheid en gehoorzaamheid af en leven vaak buiten de samenleving in een klooster.

1973
2023-01-29
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Non

[Fr.], niet, als eerste lid van samengestelde woorden (bij niet in hun geheel aan een vreemde taal ontleende woorden wordt een koppelteken gebruikt).

1967
2023-01-29
Kerkelijk woordenboek

Termen uit het katholieke leven (1967)

Non

populaire, van het Latijnsche woord nonna afgeleide naam voor een vrouwelijke → kloosterlinge. Zie ook Zuster.

1964
2023-01-29
voornamen

Voornamenboek

Non

v Eenstammige verkorting van een Germ. naam, nog eens sterk verkort via de stam nóthi, resp. -a uit nand-namen; nand- = Got. nanths ‘dapper' (zie -nand-); vgl. Stark 168: Nonno = Nando. Vgl. Ferdinand.

Lees verder
1955
2023-01-29
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Non

in samenstellingen: niet

1955
2023-01-29
Katholicisme encyclopedie

Onder redactie van Prof. dr. J.C. Groot

NON

duidt in strikte zin een religieuze aan, die behoort tot een eigenlijk gezegde kloosterorde (bijv. Clarissen, Carmelietessen), maar in ruimere zin wordt het woord ook gebruikt ter aanduiding van iedere religieuze. Het woord gaat terug op nonna en nonnus (woorden waarschijnlijk van Egyptische afkomst), waarmee de kinderen hun ouders en andere oudere...

Lees verder
1952
2023-01-29
Frans woordenboek (FR-NL) 1950

Dr. F.P.H. Prick van Wely

Non

neen; niet; non?, is ’t toch waar?; non quel chic type!, dat is nou nog eens een meneer, zeg!; non pas, niet; non pas!, geenszins!; non que (met subj.), niet dat; que non, wel neen; je dis que non, ik zeg van niet; non seulement..., mais encore, niet alleen..., maar ook.

1952
2023-01-29
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Non

s., non(ne).

1951
2023-01-29
Italiaans

Woordenboek Italiaans (IT-NL) 1951

non

niet; non che, niet alleen; se non che, evenwel, indien... niet; non gla che..., niet dat....

1950
2023-01-29
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Non

I. NON, v. (-nen), 1. (R.-K.) vrouwelijk persoon die de kloostergelofte heeft afgelegd, kloosterzuster: non worden; monniken en nonnen; 2. (scherts.) meisje of vrouw die in de wereld met min of meer gemaakte ingetogenheid leeft; 3. soort van duif, zwart met witte gekuifde kop; 4. nonvlinder; 5. (gew.) gedraaide arm van een spinne...

Lees verder
1949
2023-01-29
Woordenboek Latijn

Geschreven door Dr. J.F.L. Montijn

Nōn

adv. 1. niet; het vormt soms met een substantief één begrip, b.v. non corpus, een niet-lichaam, Cic., non sutor, Cic., non homo = nemo. Hor.; non minime, ten zeerste, Clc., non beatissimus, zich juist niet in de gelukkigste omstandigheden bevindende, Nep.; non nihil, iets, een en ander, Cic.,...

Lees verder
1948
2023-01-29
Spaans woordenboek (SP-NL) 1948

Dr. C.F.A. van Dam

Non

adj. oneven; m. oneven getal; nones, pl. herhaalde ontkenning; decir nones, op alles neen zeggen; andar de nones, fam. lopen lanterfanten; estar de non, fam. te veel zijn; pares o nones, even of oneven.

1948
2023-01-29
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

non

noni, (B.I.) v. meisje.