Wat is de betekenis van njai?

2017
2023-01-29
Uit Oost en West

verklaring van 1000 woorden uit Nederlands-Indië

njai

njai [concubine]. Eigenlijk een Balinees woord = jongere zuster (vergelijk snaar = schoonzuster, maar in het Indisch gebruik: ‘maîtresse’). Dit woord is te danken aan de slaven-emigratie (men denke aan kampong Bali) vanuit Bali naar Batavia.

Lees verder
1948
2023-01-29
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

njai

(B.I.) huishoudster.

1933
2023-01-29
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Njai

(tweelettergrepig woord, met een nevenvorm nji, dien men speciaal voor namen gebruikt), Jav. aanduiding van gehuwde vrouwen, die niet meer piepjong zijn, bijv. njai Lara Kidoel, de godin van de Zuidzee. In Europ. spraakgebruik heeft het soms een ongunstigen klank, nl. wanneer men er de huishoudsterbijzit van Blanken mee aanduidt. Berg.

Lees verder
1906
2023-01-29
wink

Wink's vreemde woordenboek

Njai

Mal., inlandsche „huishoudster” van een Europeaan in Indië.

1898
2023-01-29
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Njai

v. (-en), (Ind.) inlandsche concubine.

Gerelateerde zoekopdrachten