Wat is de betekenis van niveau?

2019
2021-03-03
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

niveau

niveau - Zelfstandignaamwoord 1. de rang in een hiërarchie, stadium van ontwikkeling, enzovoort 2. afstand van een horizontaal vlak ten opzichte van een referentievlak of lijn tot een referentiepunt Woordherkomst afgeleid van het Franse niveau Synoniemen peil, graad, nivo

Lees verder
2018
2021-03-03
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

niveau

niveau - zelfstandig naamwoord uitspraak: ni-veau 1. kwaliteit of waarde ♢ het niveau van de toneelspelers daalt 2. hoe hoog of hoe veel het is ♢ het niveau van het water in de rivier stijgt...

Lees verder
2016
2021-03-03
Cito

Onderzoek & Wetenschap

Niveau

Niveau is een klasse in een veronderstelde classificatie van onderwijs of leerstof naar de graad van moeilijkheid ervan. Het niveau wordt bepaald door de mate van abstractie waarin de leerstof aan de orde wordt gesteld, de cognitieve complexiteit van de leerstof en de hoeveelheid leerstof die per tijdseenheid moet worden verwerkt. In het kader van...

Lees verder
1998
2021-03-03
drs. Toine van Hoof

AUTEUR VAN HET BRIDGE WOORDENBOEK - "BRIDGE OPZOEKBOEK" (UITGAVE 1998)

niveau

1. Van een gedaan of overwogen bod: het aantal trekken dat in het bod genoemd wordt. Zo is 2♥ een bod op twee-niveau. Ook: hoogte. 2. Van een biedverloop: het aantal trekken dat in het laatste bod is genoemd. Voorbeeld:Dit biedverloop is op vijfniveau beland. Zie ook: vijfniveau...

Lees verder
1993
2021-03-03
Vreemd Nederlands

Vreemd Nederlands

Niveau

peil; horizontaal vlak; hoogte van een oppervlak; waterpasinstrument

1973
2021-03-03
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

niveau

[Fr.], o. (-s), 1. horizontaal vlak; 2. graad van verhevenheid van een vlak ten opzichte van een grondvlak, peil, m.n. met betrekking tot een wateroppervlak, en vandaar voor vloeistof-, waterspiegel: het — stijgt, daalt; vervolgens ook gezegd van de horizontale oppervlakte van land: kruising à —, op gelijke hoogte; (geologie) la...

Lees verder
1950
2021-03-03
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Niveau

(Fr.), o. (-’s), 1. graad van verhevenheid van een vlak ten opzichte van een grondvlak, peil, in ’t bijz. met betr. tot een wateroppervlak, en vandaar voor vloeistof-, waterspiegel: het niveau stijgt, daalt; — vervolgens ook gezegd van de horizontale oppervlakte van land: kruising à niveau, op gelijke hoogte;...

Lees verder
1949
2021-03-03
Vreemde woorden in de Natuurkunde

Prof. Dr. P.H. van Laer

Niveau

(Fr.; = vulgair Lat. libéllum; Lat. libélla = dem. v. libra = balans; het Franse livel (en liveau) werd door dissimilatie nivel en niveau). Waterpas, peil, vloeistof spiegel.

1949
2021-03-03
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Niveau

(Fr.), zuiver horizontaal vlak, zoals wateroppervlakte. Fig. peil, hoogte waarop iemand staat.

1948
2021-03-03
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

niveau

(Fr.) o. waterpas; waterspiegel; hoogte waarop een vocht staat; nlvelleer-werklng; peil (v. kennis enz.).

1939
2021-03-03
Vreemde woorden in de wiskunde

Dr. E.J. Dijksterhuis - 1939

Niveau

(Fr. niveau; < Lat. libella, dem. van libra = balans). Eig. Instrument, om na te gaan of een vlak horizontaal is. Vd. peil.

Lees verder
1933
2021-03-03
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Niveau

→ Waterpasinstrument.

1916
2021-03-03
Technisch woordenboek

H.J. van Eyk

Niveau

Waterpas, waterspiegel.

1916
2021-03-03
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Niveau

Niveau - 1) In de aardkunde gebruikt in de beteekenis van laag, in het bijzonder van horizontale laag. Men spreekt b.v. van marineniveau’s, welke in ’t een of andere complex optreden. 2) De belbuis van een waterpasinstrument, ook libel genoemd. Men heeft hetzelfde ook in een doosvormig waterpas bereikt, door daarop een bolvormig glazen deksel aan t...

Lees verder
1914
2021-03-03
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

niveau

niveau - v., waterpas; waterspiegel; hoogte, waarop een vocht staat.

1910
2021-03-03
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Niveau

Niveau - standpunt.

1908
2021-03-03
Vivat

Schrijver op Ensie

Niveau

a) Een waterpaswerktuig, geschikt om te bepalen, of een vlak zuiver horizontaal is. Als zoodanig kent men de luchtbelbuis: een enigszins gebogen glazen buis, gevuld met alcohol of water en een weinig lucht; de lucht tracht altijd de hoogste plaats in de buis in te nemen. De buis wordt zoo op een voetstuk gehecht, dat als het voetstuk op een horizon...

Lees verder
1898
2021-03-03
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Niveau

Niveau o. (-’s), waterpas; waterspiegel, oppervlakte van het water; (bij uitbr.) oppervlakte van het land; — hoogte waarop iem. staat ten opzichte van rang, ontwikkeling, bevoegdheid enz.

Lees verder
1864
2021-03-03
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

niveau

niveau - o. waterpas