Wat is de betekenis van niets?

2019
2021-06-19
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

niets

niets - Onbepaald voornaamwoord 1. geen enkel ding, geen enkele zaak Hij was op de markt, maar hij kocht helemaal niets. Woordherkomst afgeleid van niet (bijwoord) met het achtervoegsel -s Uitdrukkingen en gezegden ♦ niet voor niets ...

Lees verder
2018
2021-06-19
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

niets

niets - voornaamwoord, bijwoord, zelfstandig naamwoord 1. helemaal niet ♢ dat bevalt me niets 2. wat niet bestaat ♢ hij kwam uit het niets tevoorschijn 3. geen geld...

Lees verder
1998
2021-06-19
drs. Toine van Hoof

AUTEUR VAN HET BRIDGE WOORDENBOEK - "BRIDGE OPZOEKBOEK" (UITGAVE 1998)

niets

Ook: niks. 1. Een (vrijwel) waardeloze hand. 2. Een slechte score. 3. Een niet-haalbare manche (in de uitdrukking ‘redden tegen niets’). 4. Een kleintje (in het verzoek van een leider aan de dummy ‘doe maar niets’ en in de aanduiding van een waardeloze doubleton of driekaart: ‘twee keer niks’ resp. ‘drie keer niks’).

Lees verder
1973
2021-06-19
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

niets

I. onbep. vn., 1. geen enkel ding, geen enkele zaak: ik weer er — van; weet je — nieuws?; weet je beters?, repliek op ongepaste aardigheden, flauwiteiten e.d.; (m.n.) geen geld, tevergeefs; niet voor —, niet zonder resultaat, zonder ervan geprofiteerd te hebben; een dingetje van -, dat heel weinig voorstelt; dat is —, niet e...

Lees verder
1952
2021-06-19
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Niets

pron., neat; totaal —, gjin byt, bean, sprút(sel), sprusel, spui-uit, spoen, spier, drip, grevel, grissel(tsje), brui; — minder, gjin hier minder; er is — aan, der is rook noch smaak oan; dat wordt —, der komt neat fan op ’e hispel, hespel; van — af beginnen, &uacu...

Lees verder
1950
2021-06-19
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Niets

I. onbep. vnw., geen enkel ding, geen enkele zaak, in tegenstelling met iets: ik weet er niets van; dat loopt op niets uit; weet je niets nieuws? — (in ’t bijz.) geen geld: dat kost niets; zij heeft niets; — voor niets, tevergeefs; — niet voor niets, niet zonder resulta...

Lees verder
1933
2021-06-19
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Niets

De ontkenning van het ➝ iets. Zie ➝ Schepping. Het wijst ofwel op zuivere negatie, bijv. onwetendheid (eenvoudige afwezigheid van kennis) ofwel op een privatie (gemis of gebrek), bijv. domheid (afwezigheid van kennis, die er behoort te zijn). Ook het physieke en moreele kwaad (de zonde) is enkel een privatie: de afwezigheid van een goed, dat er beh...

Lees verder
1898
2021-06-19
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Niets

Niets onbep. vnw. geen enkel ding, geen enkele zaak, in tegenstelling met iets: hebt gij niets gehoord?; ik weet er niets van; dat loopt op niets uit; weet gij niets nieuws? — — bw. in ’t geheel niet, volstrekt: dat bevalt mij niets; dat vind ik niets belangrijk; 't is niets aangenaam; ik heb er niets geen lust in; —...

Lees verder