Wat is de betekenis van Niet van gisteren zijn?

2020
2021-03-01
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

niet van gisteren zijn

Het begrip niet van gisteren zijn heeft 2 verschillende betekenissen: 1) al sinds lang bestaan of voorkomen. 2) goed op de hoogte zijn. goed ingelicht, goed op de hoogte zijn; ook: niet voor de gek te houden zijn.

Lees verder
2020
2021-03-01
Wikiquote

Nederlandstalige gezegden

Niet van gisteren zijn

veel weten, veel begrijpen en snel doorhebben

2020
2021-03-01
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

niet van gisteren zijn

(19e eeuw) (sch.) goed ingelicht, bij de hand, uitgeslapen zijn; niet zo dom zijn als iemand anders denkt. De uitdrukking is al veel ouder en ontleend aan Job 8, 9: "Want wy zijn, van gisteren, ende en weten niet." Vgl. Eng. I wasn’t born yesterday! • Isabellaas wangen gloeiden van toorn. ‘Dat zullen we zien!&...

Lees verder
1977
2021-03-01
Signalement van sprekende zegswijzen

A. Houwelink ten Cate

niet van gisteren zijn

Om deze (eenvoudige) uitdrukking te verklaren, bezien we eerst de zegswijze van gisteren zijn, die in haar betekenis niet op de hoogte zijn, wortelt in het Boek Job van het Oude Testament (8 : 9), waar geschreven staat: ‘Wij toch zijn van gisteren en weten niets; want als een schaduw zijn onze dagen op aarde.’ Naar het schijnt is de ond...

Lees verder
1977
2021-03-01
Spreekwoorden en gezegden

F. Stoet, uitgegeven door Thieme Meulenhoff ©

Niet van gisteren zijn

goed op de hoogte, bij de hand, bij de pinken zijn. De uitdr. is ontleend aan Job 8:9: „Want wij zijn van gisteren, en weten niet”. Vgl. Fr. ne pas être né of fait d’hier; Hd. nicht von gestern (of heute) sein; Eng. to be not bom yesterday. — Vgl. nog de jongere uitdr. bij de tijd zijn, en als tegendeel daarvan...

Lees verder
1925
2021-03-01
Nederlandse spreekwoorden

Nederlandse spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden (1923-1925) door F.A. Stoett

Niet van gisteren zijn

Goed op de hoogte, bij de hand, bij de pinken zijn. De uitdr. is ontleend aan Job 8, 9: Want wy zijn, van gisteren, ende en weten niet. Zie o.a. Amst 83: Uwee is ook niet van gisteren; Handelingen, 1913 p. 2929: De Minister is ook niet van vandaag of gisteren. In Zuid-Nederland zegt men ook: eerst van gisteren geboren (f...

Lees verder