2019-11-18

Niet

1. Niet bw. van ontkenning: ik kan niet komen; niet met al of allen, niemendal, hoegenaamd niets; — ’t was goed weer, dat niet, dat ontken ik niet; — wat heb ik niet dikwijls gezegd, ik heb immers dikwijls gezegd; — hoe vaak heb ik niet gedacht, zeer vaak heb ik gedacht; — dat is niet te versmaden, dat moet men graag aannemen; — — o. wat nog niet bestaat: God heeft de wereld uit het niet geschapen; uit het niet te voorschijn roepen; — te niet doen, vernietigen; — te niet gaan,...

2019-11-18

niet

niet - Bijwoord 1. ontkenning, tegenovergestelde van 'wel' Het is niet zo. 2. zo niet: niet op deze wijze Dat moet je zo niet doen want dan gaat het boek kapot. niet - Zelfstandignaamwoord niet - Werkwoord 1. enkelvoud tegenwoordige tijd van nieten 2. gebiedenwijs van nieten Woordherkomst afkomstig van: Middelnederlands: niet, niewet Oudernede...

2019-11-18

niet

niet - bijwoord 1. geeft ontkenning aan ♢ hij kan niet komen Algemene uitdrukkingen: 1. dat was lekker, niet? [dat vind jij toch ook?] Bijwoord: niet Tegenstellingen wel

2019-11-18

Niet

Niet - 1. Bij een gewone loterij, geen prijs. 2. Bij eene loten- of premieleening, de laagste prijs, gewoonlijk gelijkstaande met den inleg.

2019-11-18

Niet-

Zie ook ➝ Non. . .