Wat is de betekenis van niemendal?

2024-02-21
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

niemendal

niemendal - Onbepaald voornaamwoord 1. helemaal niets Ik heb niemendal! Woordherkomst samenstelling van niemend en al

2024-02-21
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

niemendal

niemendal - zelfstandig naamwoord uitspraak: nie-men-dal 1. iets wat onbelangrijk is ♢ om een niemendal is hij kwaad 2. luchtig, gemakkelijk boek, film etc. ♢ zij leest in bed alleen niemendalle...

2024-02-21
Zuidnederlands Woordenboek

Walter De Clerck (1981)

niemendal

In de verb. een man, een vrouw van niemendal e.d., een man enz. van geringe stand, een vent van niks.

2024-02-21
Zuid-afrikaans woordenboek

H.J. Terblanche - M.A., D. Litt

niemendal

volstrek niks.

Wil je toegang tot alle 12 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-02-21
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Niemendal

num., neat.

2024-02-21
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Niemendal

I. onbep. telw., 1. volstrekt niets: dat is (zoveel als) niemandal; je hebt hier niemendal te vertellen ; — niks niemendal; 2. iets van geen waarde of belang: o, dat is niemendal, dat heeft niets te betekenen ; — (Zuidn.) van niemendal, van geringe stand: boeren van niemendal. II. bw., (veroud....

2024-02-21
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

niemendal

(niet-met-al, volstrekt niets) 1. bw. en onbep. telw.: hij doet niemendal; 2. m. niemendallen als znw.: 36 leden: 12 Allen, 12 Mallen en 12 Niemendallen; 3. o.: een lekker niemendalletje.

2024-02-21
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

niemendal

(nimən'dal) [niet met allen] 1. onbep. telw. volstrekt niets : te vertellen hebben. - II. m. =len; -letje) 1. Eig. iets zonder waarde : wat doe je daar? -; een lekker -letje in een bodemloos mandje; zijn geld verdoen aan -letjes, aan waardeloze prullen. 2. Metn. persoon van niemendal, zonder enige degelijkheid, zelfstandigheid : 36 leden,...

2024-02-21
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

niemendal

I. onbep. telw. 1. volstrekt niets: je hebt hier niemendal te vertellen; niks niemendal; 2. iets van geen waarde of belang: o, dat is dat heeft niets te betekenen; (gew.) van niemendal, van geringe stand; II. zn., 1. o., kleinigheid, futiliteit: voor een niemendal heb je het; 2. m. (-len), iemand zonder enige zelfstandig- of degelijkheid.

2024-02-21
Keur van Nederlandsche woordafleidingen

J.Pluim (1911)

Niemendal

staat voor niet-medal, en medal = mid-al of met-al = met alles. Niemendal is dus lett.: niet met alles = met niets.

2024-02-21
Groot woordenboek der Nederlandsche taal

J.H. van Dale (1898)

Niemendal

Niemendal bw. niets: dat is (zooveel als) niemendal; je hebt hier niemendal te vertellen; (scherts.) hij kreeg een niemendalletje, niets.

2024-02-21
Nieuw woordenboek der Nederlandsche taal

I.M. Calisch (1864)

Niemendal

Niemendal, bijw. (niet met al), niets.