niemand is een held in de ogen van zijn kamerdienaar
(19e eeuw) (< Fr. Nul est héros pour son valet de chambre) (gez.) de grootsheid van grote mannen vervaagt in de ogen van degenen die hen dagelijks van dichtbij kennen. Hun zwakheden en kleine gewoonten overschaduwen uiteindelijk hun prestaties. Deze filosofische spreuk wordt over het algemeen toegeschreven aan Anne-Marie Bigot, Dame Cornu...