Wat is de betekenis van Net?

2019
2021-09-21
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

net

net - Zelfstandignaamwoord 1. een geheel van fijne draden vaak gebruikt om dieren te vangen De vissers waren hun netten aan het boeten. 2. samenstel van elkaar kruisende of snijdende lijnen, wegen enz. 3. netwerk, stelsel van zaken, apparaten of personen die nauw met elkaar in contact staa...

Lees verder
2019
2021-09-21
FOD Economie

economie.fgov.be

Net

Net - Soms gebruikt voor “het internet”.

2018
2021-09-21
Anneke van Schie

Voormalig eigenaar/directeur Uitgeverij Kavanah

NET

Nationaal Expertisecentrum Tabaksontmoediging van het Trimbos instituut, voor publiek te bereiken via www.rokeninfo.nl.

2018
2021-09-21
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

net

net - bijwoord 1. nog maar korte tijd (geleden) ♢ hij is net gearriveerd 1. het is maar net aan [het gaat nauwelijks] 2. net goed! [commentaar...

Lees verder
2017
2021-09-21
Kadaster

Woordenboek van het Kadaster.

Net

Een net is een ondergrondse kabel of leiding, daaronder mede inbegrepen lege buizen, ondergrondse ondersteuningswerken en beschermingswerken, bestemd voor transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie of van informatie.

2015
2021-09-21
Typisch Vlaams

Door Ludo Permentier en Rik Schutz

net

precies, juist Maar vooral: het stuk was net positief bedoeld, zegt De Moor. ‘Het hele punt van dat tekstje is dat, ondanks die tekortkomingen, onze kust toch een onweerstaanbare aantrekkingskracht heeft. (De Standaard) Vlamingen gebruiken soms 'net' om een tegenstelling aan te geven, waar Nederlanders 'juist�...

Lees verder
2003
2021-09-21
Lexicon Energiemarkt

Jean-Paul Pinon

Net

a) Aantal lijnen voor elektriciteitsvervoer die gekoppeld zijn aan een belangrijk aantal gebruikers met inbegrip van transformator-, schakel- en verdeelstations (Waals Elektriciteitsdecreet). b)installaties, die dienen voor het vervoer, het gewestelijk vervoer of de distributie van elektriciteit (Brusselse Elektriciteitsordonnantie). Zie ook: netw...

Lees verder
1999
2021-09-21
Woordenboek van Neologismen

Geschreven door Marc de Coster ©

Net

Net - populaire benaming voor het Internet. De grote misvatting is dat het Net wordt gezien als een wereldomspannend, gebruikersvriendelijk en menugestuurd super-BBS. Kijk, februari 1995 Er bestaan geen regels voor de inhoud van wat wel en niet over ‘het Net’ mag worden getransporteerd. NRC Handelsblad, 29-12-95 Internet (ook wel het Net genoemd)...

Lees verder
1998
2021-09-21
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Net

zijn -ten drogen, uitrusten als het werk dat toelaat. O.a. Van Eijk 1980.

1995
2021-09-21
Martin Bannink

Auteur internet.taal (1995)

Net

Hierover bestaan twee opvattingen. De eerste is: in het algemeen kan het een afkorting voor elk willekeurig computernetwerk zijn, behalve Internet. Internet wordt niet afgekort en Internet wordt altijd met een hoofdletter geschreven: hierover mag en zal geen discussie ontstaan - en daarmee uit. De andere opvatting zegt dat het eveneens elk willeke...

Lees verder
1992
2021-09-21
Symbolen

Hans Biedermann

net

Op een omphalos (‘navelsteen’) was vaak een netachtig vlechtwerk plastisch uitgebeeld; de functie van zo’n ‘agrenon’ is onzeker (wellicht moesten daarmee bovennatuurlijke wezens vastgehouden worden, die de omphalos als potentiële zetel gekozen hadden?). In de Griekse mythe vangt Hephaestus, de god van de smeedkuns...

Lees verder
1977
2021-09-21
Erotisch woordenboek

Hans Heestermans

net

net - vagina; de beeldspraak berust op de vogel die in het net wordt gevangen.

1973
2021-09-21
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

net

o. (-ten), 1. knoop- of strikwerk met mazen om vissen, vogels en andere dieren te vangen: netten breien, knopen, boeten, drogen; de netten uitgooien, uitzetten, spannen, ophalen; zij vingen zoveel vis dat hun — scheurde; (fig. zegsw.) achter het vissen, te laat komen, zijn kans verkeken hebben; in het — zijn, verschalkt zijn; iemand in...

Lees verder
1964
2021-09-21
voornamen

Voornamenboek

Net

v -> Antonius. Zie ook Netje.

1954
2021-09-21
Medisch

Eerste Medisch Systematische Ingerichte Encyclopedie

Net

omentum majus, zie grote net.

1952
2021-09-21
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Net

1. s.n., net (it); achter het — vissen, efter it net fiskje. 2. adj., kreas, knap, eptich, himmel, tsjep, twang, netsjes. 3. adv.; (juist), krekt; — eender als, krektallyk as, net liker as.

Lees verder
1950
2021-09-21
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Net

I. o. (-ten), 1. van dik garen geknoopt weefsel met betr. wijde mazen om vissen, vogels en andere dieren te vangen: netten breien, knopen, boeten, drogen; de netten uitgooien, uitzetten, spannen, ophalen; zij vingen zoveel vis dat hun net scheurde; vinken vangen in een net; netje om vlinders te vangen; — (fig.) achter het net vissen, te laat...

Lees verder
1949
2021-09-21
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Net

van meer of minder dikke garens geknoopt of gebreid open weefsel, gebruikt voor het vangen van vissen of vogels. Voor de zeevisserij worden o.a. gebruikt het drijf-N. (vooral voor haring), het trechtervormige schoot-N. of korre, de uit lijnen en dwarslijnen met haakjes bestaande beug en het kuil-N. In het algemeen kan men ze onderscheiden in staand...

Lees verder
1933
2021-09-21
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Net

➝ Driehoeksmeting (2°).

1898
2021-09-21
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Net

1. Net bn. bw. (-ter, -st), fraai, sierlijk: hij is altijd keurig net gekleed; schrijf toch wat netter; — eenvoudig mooi; hij heeft daar een paar nette kamers; eenvoudig en net; net gemeubileerde kamers; — beschaafd, fatsoenlijk; nette taal; nette menschen; het huis staat op een netten stand; hij heeft nu eene nette positie; — a...

Lees verder