Wat is de betekenis van neiging?

2019
2021-11-28
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

neiging

neiging - Zelfstandignaamwoord 1. het onbewust graag op een bepaalde manier gedragen Hij heeft soms de neiging om weg te dromen. Ik heb zelf de neiging om voor het andere te kiezen. Woordherkomst Naamwoord van handeling van neigen met h...

Lees verder
2018
2021-11-28
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

neiging

neiging - zelfstandig naamwoord uitspraak: nei-ging 1. begeerte die steeds terugkeert ♢ hij heeft de neiging te veel te eten Zelfstandig naamwoord: nei-ging de neiging de neigingen...

Lees verder
1973
2021-11-28
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

neiging

v. (-en), het overhellen tot iets, aandrift: hij toonde niet de minste — om aan mijn bevel te voldoen; — voelen tot iets; zijn ― om alles maar goed te praten.

1965
2021-11-28
Lexicon van de Psychologie

N.Sillamy

NEIGING

endogene kracht (van binnen uit) die een organisme richt op een bepaald doel of voorwerp. Planten die zich richten naar de zon (→ fototropisme), een wijfje dat haar jongen zoekt (→ moederinstinct), het gedrag van de vrek die zijn schat bewaart, of dat van het kind dat speelt, gehoorzamen aan verschillende factoren die aangeboren zijn of a...

Lees verder
1952
2021-11-28
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Neiging

s., sin, oanstriid, smucht.

1950
2021-11-28
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Neiging

v. (-en), 1. overhelling tot iets, aandrift: hij toonde niet de minste neiging om aan mijn bevel te voldoen ; neiging gevoelen tot iets; zijn neiging om alles maar goed te praten; 2. (germ.) genegenheid, voorkeur voor iem. of iets.

Lees verder
1937
2021-11-28
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

neiging

v. neigingen (het neigen; gezindheid, begeerte, lust): neiging tot kwaad doen.

1898
2021-11-28
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Neiging

Neiging v. het neigen; — (mv. -en) helling; genegenheid, begeerte, lust: hij toonde niet de minste neiging om aan mijn bevel te voldoen; neiging gevoelen tot iets; zijn neiging om alles maar goed te praten.

Lees verder
1898
2021-11-28
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Neiging

zie Begeerte.