Wat is de betekenis van negotie?

2019
2021-06-18
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

negotie

negotie - Zelfstandignaamwoord 1. handelswaar waarmee iemand een kleine handel drijft met name bij venters en marktkooplieden Leo Slachmuylders, kruidenier in Sint-Pieters-Leeuw, sluit na 42 jaar zijn buurtwinkeltje. Zo’n verhaal vertedert. Waar is de tijd dat familiezaakjes van vader op zoon op dezel...

Lees verder
1994
2021-06-18
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Negotie

[Lat. negotium = bezigheid, van neg = niet, en otium = ledige tijd, het vrij zijn van bezigheden] koophandel; kleine koopwaar, venterswaar.

1993
2021-06-18
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Negotie

(straat)handel

1955
2021-06-18
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Negotie

handel, koopmanschap: koopwaar.

1952
2021-06-18
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Negotie

s., negoasje; in — doen, mei hannel reizgje, mei negoasje rinne.

1950
2021-06-18
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Negotie

(<Fr.), v. (-s, ...tiën), 1. handel: ’t geld, ziel van de negotie; 2. koopwaar waarmee men vent: daar is iemand, met negotie aan de deur.

Lees verder
1948
2021-06-18
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

negotie

v. handel, koopmanschap; kleine koopmansgoe deren; zaakje. negotiëren. onderhandelen; totstand brengen, bewerken; verhandelen, verkopen.

Lees verder
1910
2021-06-18
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Negotie

Negotie - handel, koopen en verkoopen.

1898
2021-06-18
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Negotie

Negotie v. (-s, ...tiën), handel, koopmanschap: handelsverkeer; — met negotie gaan, rondventen aan de huizen.

Lees verder
1864
2021-06-18
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

negotie

negotie - v. gmv. handel, koopmanschap; handelsverkeer; met negotie gaan, rondventen aan de huizen