Wat is de betekenis van negotie?

2024-06-19
Prisma Groot Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2024)

2024-06-19
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

negotie

negotie - Zelfstandignaamwoord 1. handelswaar waarmee iemand een kleine handel drijft met name bij venters en marktkooplieden Leo Slachmuylders, kruidenier in Sint-Pieters-Leeuw, sluit na 42 jaar zijn buurtwinkeltje. Zo’n verhaal vertedert. Waar is de tijd dat familiezaakjes van vader op zoon op dezel...

2024-06-19
Woordenboek vreemde woorden

A. Kolsteren en Ewoud Sanders (1994)

Negotie

[Lat. negotium = bezigheid, van neg = niet, en otium = ledige tijd, het vrij zijn van bezigheden] koophandel; kleine koopwaar, venterswaar.

2024-06-19
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks (1993)

Negotie

(straat)handel

2024-06-19
De vreemde woorden

Fokko Bos, Dr. O. Noordenbos (1955)

Negotie

handel, koopmanschap: koopwaar.

2024-06-19
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Negotie

s., negoasje; in — doen, mei hannel reizgje, mei negoasje rinne.

2024-06-19
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Negotie

(<Fr.), v. (-s, ...tiën), 1. handel: ’t geld, ziel van de negotie; 2. koopwaar waarmee men vent: daar is iemand, met negotie aan de deur.

2024-06-19
Kramers woordentolk

Jacon Kramers Jz (1948)

negotie

v. handel, koopmanschap; kleine koopmansgoe deren; zaakje. negotiëren. onderhandelen; totstand brengen, bewerken; verhandelen, verkopen.

Wil je toegang tot alle 20 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-06-19
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

negotie

v. negotiën, negoties (Fr. négoce: handel, koopmanschap, handelsbedrijf, nering).