Wat is de betekenis van nauw?

2019
2021-01-21
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

nauw

nauw - Bijvoeglijk naamwoord 1. een geringe breedte hebbend nauw - Zelfstandignaamwoord 1. zeeëngte De schepen passeerden het Nauw van Calais. 2. knel, nood Wij kwamen in het nauw toen de benzine opraakte. Woordherkomst c...

Lees verder
2018
2021-01-21
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

nauw

nauw - bijvoeglijk naamwoord 1. zonder afwijkingen naar boven of beneden ♢ hij neemt het niet zo nauw 1. het komt niet zo nauw [het hoeft niet zo precies] 2. dat luistert nauw...

Lees verder
1973
2021-01-21
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

nauw

I. bn. enbw., 1. niet wijd, klein van omvang, van inof doorgang, met weinig ruimte, smal: een nauwe straat; nauwe schoenen; 2. zonder veel tussenruimte, dicht, dicht bij elkaar: wij zitten hier heel -; 3. dicht aansluitend, niet ver afstaand: in — verband; in nauwe betrekking staan; (bw.) zij zijn aan elkaar verwant; 4. weinig beweging toel...

Lees verder
1950
2021-01-21
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Nauw

I. bn. bw., 1. niet wijd, klein van omvang, met weinig ruimte, smal: een nauwe straat; nauwe schoenen; de mouwen zijn te nauw; 2. zonder veel tussenruimte, dicht, dicht bij elkaar: de stad werd nauw ingesloten; — wij zitten hier heel nauw; 3. dicht aansluitende, niet ver afstaande: in nauw verband;...

Lees verder
1898
2021-01-21
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Nauw

zie Eng.

1898
2021-01-21
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Nauw

Het begrip nauw heeft 2 verschillende betekenissen: 1. nauw - bn. bw. niet wijd, klein van omvang, met weinig ruimte, smal, enz. : eene nauwe straat; nauwe schoenen; de mouwen zijn te nauw; — (fig.) hij heeft een nauw geweten, is zeer nauwgezet; — de stad werd nauw ingesloten, zoodat er niets uit of in kon; — dicht bij elkaar,...

Lees verder