Wat is de betekenis van nationaal?

2019
2022-07-06
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

nationaal

nationaal - Bijvoeglijk naamwoord 1. op een natie betrekking hebbend Woordherkomst afgeleid van natie met het achtervoegsel -aal Antoniemen internationaal

Lees verder
2018
2022-07-06
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

nationaal

nationaal - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: na-ti-o-naal 1. van alle inwoners van een bepaald land ♢ Koninginnedag is een nationale feestdag 1. het nationale inkomen [waarde van de geproduceerde g...

Lees verder
1998
2022-07-06
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Nationaal

het nationale scheermes een nogal lugubere ben. voor de guillotine.

Lees verder
1994
2022-07-06
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Nationaal

[Fr. national] de eigen natie betreffend, eigenlands.

1993
2022-07-06
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Nationaal

van het volk; vaderlandsgezind; inheems

1973
2022-07-06
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

nationaal

bn. en bw., 1. van een natie als zodanig, daaraan eigen, daarvoor kenmerkend, niet uitheems: de nationale klederdracht; een nationale eigenaardigheid; 2. van, behorend aan of bij een natie als zelfstandige gemeenschap, staats: de nationale vlag; nationale industrie; volksnijverheid; nationale schuld, staatsschuld; nationale belangen, volksbelange...

Lees verder
1955
2022-07-06
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Nationaal

wat de natie betreft, de natie eigen is, van het eigen land, vaderlands.

1952
2022-07-06
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Nationaal

adj. & adv., nasionael.

1950
2022-07-06
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Nationaal

(<Fr.), bn. bw., 1. van een natie als zodanig, daaraan eigen, daarvoor kenmerkend, niet uitheems: de nationale klederdracht; een nationale eigenaardigheid', nationale muziek, zangen, liederen, danswijzen enz., die het karakter, de aard en smaak van een volk kenschetsen; 2. van, behorend aan of bij een natie als zelfstandige gemeensch...

Lees verder
1948
2022-07-06
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

nationaal

wat een natie eigen is, daartoe behoort, eigenlands, vaderlands, lands-, volks-.

1937
2022-07-06
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

nationaal

bn., bw. (Fr. national: een geheel volk betreffende in tegenstelling a) met provinciaal, b) met uitheems; aan de natie toebehorende; eigenaardig voor een bepaald volk; ook wel: blijk gevende van liefde voor eigen volk; lands . . . . ): de nationale vlag; de nationale industrie; ons nationaal lied, het Volkslied; een nationaal belang; een nationale...

Lees verder
1933
2022-07-06
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Nationaal

Zie ook ➝ Volks-.....

1928
2022-07-06
Wat is dat?

Wat is dat? Encyclopedie voor jongeren (1938).

Nationaal

Dit woord is afgeleid van natie, waarmee bedoeld wordt een gedeelte van de mensheid, dat door geboorte, taal en zeden één geheel uitmaakt. De mensen, die tot één natie behoren, hebben dezelfde nationaliteit. Al de nationale eigenaardigheden, b.v. taal, beschaving, zeden en gewoonten, vormen tezamen het nationale karakter...

Lees verder
1926
2022-07-06
Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Nationaal

Datgene, wat behoort tot het leven eener natie, haar eigen bestaan en cultuur.

1910
2022-07-06
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Nationaal

Nationaal - wat de geheele bevolking van een land betreft, de geheele natie; waaraan allen deelnemen.

1908
2022-07-06
Zuiveraar

De kleine Zuiveraar

Nationaal

vaderlandsch, vaderlandsgezind.

1898
2022-07-06
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Nationaal

bn. van eene natie, tot een volk behoorende, een volk betreffende: de nationale vlag; nationale industrie, volksnijverheid; nationale schuld, staatsschuld; nationale belangen, volksbelangen ; nationale vergadering, vergadering van volksvertegenwoordigers; nationale dracht, volks- of landsklederdracht; nationale muziek, zangen, liederen, danswijzen...

Lees verder
1864
2022-07-06
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

nationaal

nationaal - bn. (nationaler, nationaalst), van □, tot eene natie; (ook) vaderlandsch, vaderlandschgezind; nationale industrie, volksnijverheid; nationale belangen, volksbelangen; nationale vergadering, vergadering van volksvertegenwoordigers