Nationaal
(<Fr.), bn. bw., 1. van een natie als zodanig, daaraan eigen, daarvoor kenmerkend, niet uitheems: de nationale klederdracht; een nationale eigenaardigheid', nationale muziek, zangen, liederen, danswijzen enz., die het karakter, de aard en smaak van een volk kenschetsen; 2. van, behorend aan of bij een natie als zelfstandige gemeensch...