Wat is de betekenis van namens?

2019
2022-12-06
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

namens

namens - Voorzetsel 1. iemand in naam vertegenwoordigend Hij werd door de dominee namens de gehele gemeente bedankt. Woordherkomst van genitief van naam

Lees verder
2018
2022-12-06
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

namens

namens - voorzetsel uitspraak: na-mens 1. uit naam van, als vertegenwoordiger van ♢ ik feliciteer je namens de hele groep Voorzetsel: na-mens

Lees verder
1973
2022-12-06
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

namens

bw., in de naam, uit naam van: ik moet u ook namens mijn familie bedanken.

1952
2022-12-06
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Namens

praep., út namme fan.

1951
2022-12-06
Duits woordenboek (DU-NL) 1951

Dr. H. W. J. Kroes

Namens

namens, genaamd; uit naam van.

1950
2022-12-06
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Namens

bw., in de naam, uit naam van: ik moet u ook namens mijn familie bedanken.

1937
2022-12-06
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

namens

vz., beter: uit naam van.

1930
2022-12-06
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

namens

('naməns) vz. uit naam van: hij vroeg het de vorst.

1898
2022-12-06
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Namens

Namens bw. in den naam van, uit naam van: ik moet u ook namens mijne familie bedanken.