Wat is de betekenis van nadrukkelijk?

2019
2020-11-23
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

nadrukkelijk

nadrukkelijk - Bijvoeglijk naamwoord 1. met klem, met na druk, duidelijk, met ernst. Ondanks nadrukkelijke waarschuwingen door zijn arts bleef de benauwde man maar doorgaan met roken. 'Ik hoorde een geluidje en dacht: Daar is Jens,' herhaalde ze op een gek-mens-...

Lees verder
2018
2020-11-23
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

nadrukkelijk

nadrukkelijk - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: na-druk-ke-lijk 1. duidelijk en met kracht ♢ hij heeft dat nadrukkelijk verboden Bijvoeglijk naamwoord: na-druk-ke-lijk ... is nadrukkelijker dan ... ...

Lees verder
1973
2020-11-23
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

nadrukkelijk

bn. en bw. (—er, —st), met nadruk, met klem, krachtig, met aandrang: dat is — verboden; klem hebbend; met aandrang geschiedend: tegen mijn — verbod in deed hij het toch.

1898
2020-11-23
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Nadrukkelijk

Nadrukkelijk bn. bw .(-er, -st) met nadruk. met klem, krachtig, met aandrang: dat is nadrukkelijk verboden; ik heb hem nadrukkelijk gewaarschuwd; tegen mijn nadrukkelijk verbod in deed hij het toch.