Wat is de betekenis van Nada?

2020
2022-01-22
Meertens Instituut

Nederlandse Voornamenbank

Nada

Zie Nadia

2020
2022-01-22
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

nada

(1964) (pseudo-Spaans) (inf.) niks, niemendal. Syn.: nakko; naks; nax*. • ‘Nou, wat graag,’ zei ik, ‘maar wie hef no poen, nada!’ (Jan Cremer: Ik Jan Cremer. 1964) • Die man was erg verliefd op haar, dat kon je zó zien. Nada. (J.W. Holsbergen: Tussen melk en bitter. 1978) • Dat hoor ik graag, wees n...

Lees verder
2019
2022-01-22
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

nada

nada - Tussenwerpsel 1. niets Drie uur zwoegen, en wat leverde het op? Niets, noppes, nada, niente. Woordherkomst van het Spaanse woord nada Synoniemen niente niets niks noppes

Lees verder
1999
2022-01-22
Woordenboek van Neologismen

Geschreven door Marc de Coster ©

Nada

Nada - (Sp.), niets. Vnl. jeugdtaal. → naks. Man, tis zo duilijk, ieder blind kind kan het zien: Worldmusic is nada. Oor, 21-10-89 Daarna nog een uurtje in mijn eentje, maar eveneens naco, nada. Adriaan Bontebal: De Ark, 1990 Er is niets gebeurd! Niets, niks, nada, niente, zilch! Jan Kuitenbrouwer: Lijfstijl, 1990 Soms denk je zelf: wereldnumme...

Lees verder
1998
2022-01-22
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Nada

Spaans voor ‘niets’. In de jeugdtaal sinds eind jaren tachtig erg populair. Vgl. nakko/ naks/nax. Man, tis zo duilijk, ieder blind kind kan het zien: Worldmusic is nada. (Oor, 21/10/89) Daarna nog een uurtje in mijn eentje, maar eveneens naco, nada. (Adriaan Bontebal: De Ark, 1990) Soms denk je zelf: wereldnummer. En dat doet dan niks, nada. (Ni...

Lees verder