Wat is de betekenis van nachtblindheid?

2019
2021-06-18
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

nachtblindheid

nachtblindheid - Zelfstandignaamwoord 1. (medisch) het onvermogen te zien bij geringe belichting Hij lijdt onder nachtblindheid. Woordherkomst afgeleid van nachtblind met het achtervoegsel -heid

Lees verder
1981
2021-06-18
Lexicon der Natuurgeneeskunde

Vraagbaak voor het moderne gezin (Uitgave Milinda Uitgevers, 1981)

Nachtblindheid

is een stoornis in het staafjesrood, waardoor men in de schemering geen grijze tinten meer kan onderscheiden. Meestal veroorzaakt door vitamine-A gebrek; kan worden verholpen door verandering in de voeding. Een nachtblinde kan overdag zien; nadat de schemer is ingevallen heerst voor hem echter absolute nacht. Behandeling: vitaminenrijk voedsel.

Lees verder
1974
2021-06-18
Biologische encyclopedie

Biologische encyclopedie geschreven door G. Th. van Kempen. Amsterdam, 1974.

nachtblindheid

het niet of vertraagd kunnen aanpassen van het oog van dagzien aan nachtzien (xeroftalmie): veroorzaakt door een niet goed functioneren van de staafjes in het netvlies. Ze kunnen in het donker onvoldoende gezichtspurper regenereren (na afbraak door het licht) daar vitamine A ontbreekt.

1973
2021-06-18
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

nachtblindheid

v., nyctalopie, gering of geheel ontbrekend vermogen om bij zwak licht te zien. (e) Nachtblindheid komt voor als aangeboren afwijking, maar veel vaker als onderdeel van de retinitis pigmentosa, een ziektebeeld dat gekenmerkt wordt door afbraak van het gezichtsveld. Verder komt nachtblindheid voor bij vitamine A-gebrek. Nachtblindheid is het gevol...

Lees verder
1954
2021-06-18
Medisch

Eerste Medisch Systematische Ingerichte Encyclopedie

Nachtblindheid

nyctalopie, iedere stoornis van het gezichtsvermogen welke in het duister aanmerkelijk erger is dan in goed verlichte omgeving; berust op een adaptatie-stoornis van de staafjescellen van het netvlies, kan o.a. een gevolg zijn van een tekort aan vitamine A.

1950
2021-06-18
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Nachtblindheid

v., (geneesk.) toestand waarin bij het afnemen der verlichting en in de schemering zeer slecht wordt gezien.

1949
2021-06-18
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Nachtblindheid

zie Oog.

1937
2021-06-18
Woordverklaring

Dr. L.M. Metz - 1937

Nachtblindheid

Stoornis in het gezichtsvermogen. Bij avond wordt het gezichtsvermogen zwakker, als de verlichting zwakker wordt, terwijl overdag het gezichtsvermogen gewoon is. Reeds lang bracht men dit verschijnsel in verband met de voeding, omdat men het aantrof bij slaven, gevangenen en zeelieden. Reeds van ouds is bekend, dat lever een geneesmiddel tegen deze...

Lees verder
1933
2021-06-18
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Nachtblindheid

afwijking i/h netvlies, waarbij het gezichtsvermogen sterk vermindert bij minder helder licht.

1933
2021-06-18
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Nachtblindheid

of hemeralopia (geneesk.) is de toestand, waarin bij afnemen der verlichting en in de schemering zeer slecht wordt gezien. Lijders aan n. kunnen in den dag ongestoord alleen gaan, maar moeten geleid worden, zoodra het duister wordt. N. komt voor bij bepaalde aandoeningen van het netvlies, vooral bij retinitis pigmentosa; bij ondervoeding, zooals op...

Lees verder
1916
2021-06-18
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Nachtblindheid

Nachtblindheid - is een toestand, waarbij het gezichtsvermogen ongestoord is, zoolang er een goede verlichting bestaat, terwijl in den schemer of bij zwakke verlichting dit vermogen zeer slecht wordt. Het is een verschijnsel, dat bij sommige afwijkingen in de oogzenuw voorkomt. Behalve hierbij komt n. enkele malen voor, zonder dat er bij onderzoek...

Lees verder

Gerelateerde zoekopdrachten