2019-11-20

naai

naai - Werkwoord 1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van naaien ♢ Ik naai 2. gebiedende wijs van naaien naai! 3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van naaien naai je?

2019-11-20

naai

naai - (argot), handig, bij de hand, gewiekst.

2019-11-20

Naai

bij de hand.