2020-01-26

Na zicht

Na zicht - clausule in een wissel voorkomende. Is een wissel op bepaalden tijd, (dagen, weken, maanden) na zicht getrokken, dan moet de betrokkene met vermelding van den datum, waarop die wissel hem vertoond is, accepteeren, en wordt de betalingstermijn gerekend van den dag af, waarop de acceptatie is geschied.

2019-01-19

Zicht

Zicht - een landbouwwerktuig om een gewas af te snijden. In plaats van een lange steel met twee handvatten, zooals bij een zeis, is aan het mes een korte steel bevestigd. Het werktuig wordt met de rechterhand gehanteerd, terwijl de linkerhand met behulp van een ijzeren haak voorzienen stok gelijktijdig zorgt voor het tot schooven bijeenbrengen der afgeslagen planten.

2019-03-14

Zicht

Zicht - op wissels de tijdsbepaling der betaling. Op zicht beteekent, dat de wissel dadelijk bij de vertooning moet worden betaald. Wordt het woord zicht voorafgegaan door een andere tijdsbepaling, b.v. acht dagen, drie maanden, dan wil dat zeggen, dat de betaling zooveel dagen of maanden na het oogenblik der vertooning moet plaats hebben; de betrokkene is in dat geval gehouden, op den wissel aan te teekenen, dat deze hem vertoond is, met vermelding van den datum der vertooning.

2020-01-08

Zicht

1° (M e t e o r.) Zicht wordt door den maximalen afstand, waarop een gewoon voorwerp nog duidelijk zichtbaar is, uitgedrukt. Het wordt geschat volgens een schaal van 0 tot 9, nl. 0 = voorwerpen onzichtbaar op 50 m afstand, 1 = 200 m, 2 = 500 m, 3 = 1 km, 4 = 2 km, 5 = 4 km, 6 = 10 km, 7 = 20 km, 8 = 50 km, en 9 = meer dan 50 km. 0,1, 2 en 3 worden gebruikt bij → mist; 4, 5 en 6 bij nevel; 9 bij buitengewoon zicht. Bij 9 ziet men nog de kleuren en de bijzonderheden van een landschap op 6...

2019-06-08

zicht

zicht - Maaigereedschap voor het maaien van graan, peulvruchten en dergelijke. Bestaat uit een ongeveer 70 cm lang licht gebogen, spits toelopend mes met haaks hierop een vrij korte steel. Aan het einde van de steel zit een handvat, waarachter zich soms een brede plaat bevindt om steun aan de pols te geven.

2017-04-06

Zicht

Afstand waarop een voorwerp, van bepaalde grootte, te zien en te herkennen is. Onderscheiden worden het dagzicht en het nachtzicht. Op zich heeft de overgang van daglicht naar duisternis of omgekeerd geen invloed op het zicht. Alleen meteorologische omstandigheden veroorzaken zichtveranderingen. Op de meeste waarnemingsstations wordt het zicht geschat door de waarnemer aan de hand van een aantal zichtmerken. Zichtmeting vindt ook plaats met behulp van een transmissometer of een strooilichtmeter....

2017-11-14

zicht

zicht - zelfstandig naamwoord 1. de mogelijkheid om te zien ♢ door de mist hadden we weinig zicht 1. het komt in zicht [je kunt het zien] 2. het op zicht hebben [een tijdje lenen, zodat je het kunt uitproberen] 3. er zicht op hebben

  • 2017-10-30

    zicht

    zicht - Zelfstandignaamwoord 1. (n) de afstand die je kunt kijken door de lucht Vanaf het balkon hebben we vrij zicht op het haventerrein. 2. gezichtsvermogen 3. (f)/(m) (landbouw), (gereedschap) kleine zeis Gras maait men met de zeis, haver met een zicht. zicht - Werkwoord 1. enkelvoud tegenwoordige tijd van zichten 2. gebiedenwijs van zichten W...

    2018-12-06

    2. ZICHT

    2. ZICHT, o. het zien : mistig weer, waarbij het zicht slecht is; in geval van slecht zicht gaan de kapiteins soms voor anker; een schip in ’t zicht, een schip te zien; — ik heb iets in ’t zicht, ik zie iets, (fig.) ik heb ergens het oog op, ik streef naar iets; — (kooph.) vertoon : op zicht, bij vertoon van (dezen wissel); betaalbaar acht dagen na zicht, acht dagen na vertoon; wissels op kort, op lang zicht.

    2019-03-14

    Op zicht

    Op zicht - op vertoon; (in een wissel) de bepaling van den tijd, waarop de wissel betaald moet worden.

    2018-12-06

    1. ZICHT

    1. ZICHT, v. (-en), een werktuig dat op eene zeis gelijkt, doch kleiner is en met eene hand bestuurd wordt om er koren en plaggen mee te maaien: bouwzicht, plakzicht.

    2017-04-06

    Horizontaal zicht

    Horizontale afstand waarop een voorwerp, van bepaalde grootte, te zien en te herkennen is. Het zicht wordt bepaald door meteorologische omstandigheden, zoals heiigheid, nevel, mist en neerslag. In zware regen kan het zicht teruglopen tot minder dan 500 m, bij motregen, afhankelijk van de intensiteit, tot waarden van 500 m tot 3 km. De invloed van vallende sneeuw op het zicht is zeer groot. Matig vallende sneeuw doet het zicht gewoonlijk teruglopen tot omstreeks 1000 m. Bij zware sneeuw kunnen de...

    2019-07-17

    Na

    Na - in de scheikunde = natrium.

    2019-01-12

    Na

    Na, - scheikundig symbool voor het element natrium.

    2018-09-27

    Na

    1. Na voorz. ter aanduiding van eene volgorde, achter: hij komt na mij; na elkander, de een achter den ander; — (van tijd) later dan: na dertienhonderd; na Christus’ geboorte; na zonsondergang; — ik kom na den eten; — na tafel is hij altijd spraakzamer; — na dato, (als koopmansterm); — over: na een jaar moest hij terugkomen; — na dezen, na dit oogenblik, hierna, in de toekomst. In scheidbare samenstelling met een werkwoord tredend (klemtoon op na) beteekent het bijwoord na 1° nog...

    2017-04-06

    Verticaal zicht

    Hoogte tot waar de eventueel aanwezige bewolking kan worden gezien. Alleen wanneer door aanwezigheid van mist de wolkenhoogte niet kan worden bepaald, wordt deze waarde opgegeven in de SYNOP en de METAR. Zie ook: zicht

    2017-10-30

    zicht af

    zicht af - Werkwoord 1. enkelvoud tegenwoordige tijd van afzichten 2. gebiedenwijs van afzichten

    2020-01-08

    Zicht. (gereedschap)

    Dit handmaaigereedschap houdt in bouw ongeveer het midden tusschen de sikkel en de zeis. Het mes is kleiner maar nagenoeg hetzelfde als dat der zeis, de staaf, waaraan dit mes bevestigd is, is echter veel korter, zoodat de maaier meer in gebukte houding zijn werk verricht. Bij de z. hoort een strijklat of haak, dien de arbeider met de linkerhand vasthoudt en gebruikt voor het afscheiden en bijeenstrijken van het afgesnedene, waarna dit met den rechtervoet en de z. tot een schoof ter zijde gelegd...

    2017-12-04

    na

    na - Bijvoeglijk naamwoord 1. dichtbij staand. Dit vereist een nader onderzoek. Ik proef in 't zuivre morgenlicht
    Als een nog woordeloos gedicht
    Uw naë afwezigheid — Boutens 2. verwant Dit is zijn naaste familie. 3. (Jiddisch-Hebreeuws) bewegend (in:...

    2017-11-14

    na

    na - voorzetsel, voegwoord, bijwoord 1. later dan ♢ de biologieles komt na de sportles 1. na u [ga uw gang] 2. wat eten we na? [als toetje] 2. met uitzondering van ♢ op een tientje na heb ik alles betaald Al...