Wat is de betekenis van Na?

2019
2023-02-05
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

na

na - Bijvoeglijk naamwoord 1. dichtbij staand. Dit vereist een nader onderzoek. Ik proef in 't zuivre morgenlicht
Als een nog woordeloos gedicht
Uw naë afwezigheid...

Lees verder
2018
2023-02-05
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

na

na - voorzetsel, voegwoord, bijwoord 1. later dan ♢ de biologieles komt na de sportles 1. na u [ga uw gang] 2. wat eten we na? [als toetje]...

Lees verder
2004
2023-02-05
Vlaams-Nederlands woordenboek

Peter Bakema

na

- een na een, een voor een. Over de Gorges du Verdon wordt een stalen kabel gespannen waar de renners een na een met de fiets zo vlug mogelijk overheen moeten. Op technisch vlak een makkie: men haalt gewoon de tubes van de wielen en werkt de rit af op de velg. - DS, 24-07-2002. - stuk na stuk, stuk voor stuk zie ei.

Lees verder
1981
2023-02-05
Zuidnederlands Woordenboek

Schrijver op Ensie

na

I. Als vz. 1. In tijdsaand.: over; kwart na acht enz., kwart over acht. Het was tien na twee, LEYS 1970, 48. Het vuur werd gisterochtend opgemerkt rond kwart na zes, maar het heeft lange minuten geduurd vooraleer voorbijgangers het initiatief namen om de brandweer te verwittigen, Gentenaar 10/5/1977. Op dat moment - het was ongevee...

Lees verder
1973
2023-02-05
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

na

I. vz., ter aanduiding van een volgorde, achter: hij komt na mij; na elkaar, de een achter de ander; na u!, beleefdheidsformule om iemand voor te laten gaan als men samen voor een in-of uitgang staat; (van tijd) later dan: Christus’ geboorte; na zonsondergang; dato, na het bedoelde of bestemde tijdstip; over: een jaar moest hij terugkomen; n...

Lees verder
1955
2023-02-05
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Na

natrium (element).

1954
2023-02-05
Agrarisch

Agrarisch Encyclopedie

Na

is het chem. symbool voor natrium.

1954
2023-02-05
Medisch Encyclopedie 1954

Eerste Medisch Systematische Ingerichte Encyclopedie

Na

het scheikundig symbool voor natrium.

1952
2023-02-05
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Na

adv. & praep., nei; te — komen, toneikomme.

1951
2023-02-05
Duits woordenboek (DU-NL) 1951

Dr. H. W. J. Kroes

Na

nou; nu, welnu.

1950
2023-02-05
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Na

I. voorz., ter aanduiding van een volgorde, achter: hij komt na mij; na elkander, de een achter de ander; — (van tijd) later dan: na Christus’ geboorte; na zonsondergang; — ik kom na den eten; — na tafel is hij altijd spraakzamer;na dato, als koopmansterm; — ove...

Lees verder
1937
2023-02-05
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

na

1. bw.; dichtbij; nader, naast, zie ald.; op een dubbeltje na; allen zijn er, op twee na; op een weinig na; zegsw. te na komen, beledi- gen, krenken b.v, iems. eer, goede naam te na komen; bij lange na niet; voor en na, telkens weer; op de dames na, was ieder tevreden, behalve; op 2 m af, zo ver er nog van af; op verre na niet; kom eens nader, hij...

Lees verder
1933
2023-02-05
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Na

i/d scheik.: symbool y. → natrium.

1930
2023-02-05
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

na

I. vz. 1. achter: de rektor kwamen, in de stoet, de professoren; God heeft hij alles aan u te danken. 2. achter, met betrekking tot de tijd: ter liefde van zichzelf en van zijn kinderen hem; den eten; tafel; nog een brief te hebben geschreven; jaren; vier uur; Hand. dato; deze, in de toekomst. II. bw. (-der, naast) 1. dichtbij: wij liggen te bi...

Lees verder
1916
2023-02-05
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Na

Na, - scheikundig symbool voor het element natrium.

1914
2023-02-05
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

Na

Na - in de scheikunde = natrium.

1908
2023-02-05
Vivat

Schrijver op Ensie

Na

scheikundig teeken voor natrium.

1898
2023-02-05
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Na

1. Na voorz. ter aanduiding van eene volgorde, achter: hij komt na mij; na elkander, de een achter den ander; — (van tijd) later dan: na dertienhonderd; na Christus’ geboorte; na zonsondergang; — ik kom na den eten; — na tafel is hij altijd spraakzamer; — na dato, (als koopmansterm); — over: na een jaar moest...

Lees verder
1864
2023-02-05
Nieuw woordenboek der Nederlandsche taal

I.M. Calisch (1864)

Na

Na, vz. en bijw. achter; digt, digt bij; hij komt - (achter) mij; - elkander, de een achter den ander; - (over) een jaar; -dezen, voortaan, in de toekomst; op drie gulden -, drie gulden ontbreken er aan; op één -, allen behalve (of uitgezonderd) één; (fig.) te - komen, beleedigen; op verre - niet, of op lange - niet, het...

Lees verder
1856
2023-02-05
Jacob van Lennep

Zeemans-woordenboek 1856

Na

bw. - Dicht, naby. Het zeil staat te na aan den wind. Wy liggen te na aan den wal.

Lees verder