Wat is de betekenis van munt?

2022
2023-01-27
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2022.

munt

(1906) (Barg.) plat, bewusteloos neerliggen; uitgeteld zijn. 'Iemand munt slaan' is `iemand bewusteloos slaan; vloeren'. • Munt, smak hem munt, (werp hem tegen den grond). (Köster Henke: De boeventaal. 1906) • Hij kende al hun bedrijfstrucken en misdadige geweldenarijen; hoe ze argelooze of dronken kerels meelokten in kelder of bove...

Lees verder
2020
2023-01-27
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

munt

Het begrip munt heeft 6 verschillende betekenissen: 1) geldstuk. betaalmiddel dat bestaat uit een plat, meestal rond metalen schijfje met vaak aan de ene kant de aanduiding van de waarde en aan de andere kant een afbeelding van het staatshoofd; geldstuk; muntstuk. 2) munteenheid. rekeneenheid die door de monetaire wet van een land of...

Lees verder
2019
2023-01-27
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

munt

munt - Zelfstandignaamwoord 1. (medisch) (kruid) Mentha, een plant met sterk aromatische blaadjes waarvan muntthee wordt getrokken en die als keukenkruid wordt gebruikt, pepermunt, akkermunt en kruizemunt 2. geldstuk 3. instelling waar geld gemunt wordt 4. muntzijde van geldstuk Kop of munt?...

Lees verder
2018
2023-01-27
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

munt

munt - zelfstandig naamwoord 1. betaalmiddel van metaal ♢ik had drie munten in mijn portemonnee 1. je moet met klinkende munt betalen [contant] 2. daar kun je munt uit slaan...

Lees verder
2003
2023-01-27
Financieel Woordenboek

Door Frits Conijn & R.M. van Poll (2003)

munt

munt - Een wettig betaalmiddel van metaal.

2002
2023-01-27
XYZ van Amsterdam

Geschreven door J. Kruizinga Gerrit Vermeer, 2002

Munt

Munt - De middeleeuwse Regulierspoort*, aan het uiteinde van de Kalverstraat gelegen, was zo prachtig van bouw dat de stadsregering hem, ook nadat hij door verdere uitleg van de stad naar het zuiden geen rol meer speelde in de verdediging, toch liet staan. Binnen de poort bij de valbrug was een houten hok getimmerd voor de stadszwanen*, die tegen K...

Lees verder
2002
2023-01-27
Funerair Lexicon

Encyclopedisch woordenboek over de dood (2002)

Munt

zie: grafgift.

1999
2023-01-27
Encyclopedie Groningen

Nieuwe Groninger Encyclopedie

Munt

Het munten van geld was een regale, een recht van de koning, waar hij dit recht kon afdwingen. De koning kon dit prerogatief aan derden verlenen. Zo schonk koning Hendrik III van Duitsland het recht om munten te slaan op het landgoed van Groningen aan de bisschop en het Domkapittel van Utrecht (1040); het recht om munt in Garrelsweer te slaan gaf H...

Lees verder
1982
2023-01-27
Encyclopedie van Zeeland

Alles over Zeeland

MUNT

(Méntha). Geslacht van kruidachtige welriekende planten, behorend tot de familie der lipbloemigen. In Zeeland komen drie soorten in het wild voor. Daarnaast wordt nog een aantal soorten als toekruid geteeld. Het meest algemeen is de watermunt (M. aqudtica). Deze soort wordt gekenmerkt door een bolvormige, paarse bloeiwijze aan...

Lees verder
1973
2023-01-27
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

munt

v/m, (−en), een van een stempel of rijksmerk voorzien stuk metaal als wettig ruilof betaalmiddel, geldstuk: gouden, zilveren, koperen, bronzen munten; munten slaan, stempelen; valse munten, nagemaakte; (coll.) klinkende munt, baar geld, specie; (fig.) iets voor goede of gangbare munt aannemen, iets dat gezegd wordt, geloven; iemand met gelijk...

Lees verder
1958
2023-01-27
Encyclopedie van Friesland

Encyclopedie van Friesland (1958) onder redactie van Prof. Dr. J.H. Brouwer

MUNT

Frl. heeft lang een eigen plaats ingenomen in het Nederlandse muntwezen. In Voorkarolingische tijd, toen in het Frankische zuiden te Maastricht en in de grensstad Dorestad Frankisch geld werd geslagen, had Frl. zijn Af .-slag: in moeilijk te lokaliseren ateliers sloeg men sedert de 6de eeuw goudstukken naar Byzantijns en Frankisch voorbeeld en zilv...

Lees verder
1952
2023-01-27
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Munt

s., munt; met gelijke —, lear om lear; ergens — uit slaan, earne jild út meitsje, smeije, slaen; kruis of —, liuw of letter; (plant), balsem; witte —, wite balsem.

1949
2023-01-27
Boevenjargon

Geschreven door Professor Henry Roskam

Munt

[s]mak hem munt, werp hem tegen de grond.

1940
2023-01-27
Economische encyclopedie 1940

Economische encyclopedie (1940), samengesteld door D.C. van der Poel. Gepubliceerd door Uitgeversmaatschappij W. de Haan N.V. Utrecht.

Munt

zie: Geld.

1937
2023-01-27
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

munt

I. v. -en; 1. geldstuk; ook: het metalen geld, dat ergens gangbaar is: gouden, zilveren, nikkelen en bronzen munten; het gehalte ener munt; zegsw. munt uit iets slaan, a) geld weten te verdienen aan, b) practisch toepassen voor zeker doel, tot zijn voordeel weten te gebruiken; iets voor goede munt aannemen, geloven, wat iem. zegt; iem. met gelijke...

Lees verder
1933
2023-01-27
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Munt

1) mentha, lipbloemige plant met, sterk riekende bladeren, waarvan de bekendste de kruizemunt. 2) instelling of gebouw, waarin v, staatswege koper-, nikkel-, zilver- en goudgeld wordt geslagen of aangemunt, v. Ned. en N.O.-I. sinds 1806 te Utrecht.

Lees verder
1930
2023-01-27
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

munt

I. v. (-en; -je) [Lat. moneta] I. Eig. geldstuk, metalen geld dat ergens gangbaar is : bronzen, gouden, nikkelen, zilveren -(en); het om- of randschrift van een -; het gehalte van een -; gangbare, goede valse. vervalste gesnoeide, geschonden, geschrooide -(en) slaan; -en stempelen. Gez. iemand met gelijke betalen, hem bejegenen zoals hij ons heeft...

Lees verder
1928
2023-01-27
Wat is dat?

Wat is dat? Encyclopedie voor jongeren (1938).

Munt

Onder de Munt verstaat men in de eerste plaats het gebouw, waar de munten geslagen worden. Voor ons land is dat de Rijksmunt te Utrecht. Onder de Republiek, toen iedere provincie haar eigen munten had, werden de munten van Holland te Amsterdam geslagen in het Muntgebouw, aan het Muntplein.Met Munt bedoelt men ook de instelling, die munten slaat en...

Lees verder
1916
2023-01-27
Technisch woordenboek

H.J. van Eyk

Munt

1e. Algemeene naam voor de metalen plaatjes, die als ruil- of tusschenmiddel dienst doen bij den ruilhandel. 2e. De plaats waar de munt geslagen wordt.

Lees verder
1916
2023-01-27
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Munt

Munt, - 1) metalen geld. Dit wordt veelal onderscheiden in a. standaardmunt: wettig betaalmiddel tot elk bedrag, waarvan de aanmunting ook aan particulieren, zij het in ’s Rijks Munt, openstaat. Zie MUNTSTANDAARD. zoodat de metaalwaarde met de nominale waarde overeenstemt; b. pasmunt: wettig betaalmiddel slechts voor kleine bedragen en waarvan de S...

Lees verder