Wat is de betekenis van Moraal?

2021
2021-01-28
Redactie Ensie

Schrijver op Ensie

Moraal

Moraal gaat over de handelingen en het gedrag die door de maatschappij als wenselijk worden gezien. Het betekent ook wel zeden. Moraal komt van het Latijnse woord moralis. Naast de wenselijke gedragingen kan de moraal ook de zedenles betekenen. In dit geval is de moraal het motief van een verhaal, zoals bij een parabel of een sprookje. De moraal ge...

Lees verder
2019
2021-01-28
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

moraal

moraal - Zelfstandignaamwoord 1. waarden en normen, wat men denkt over goed...

Lees verder
2018
2021-01-28
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

moraal

moraal - zelfstandig naamwoord uitspraak: mo-raal 1. de heersende opvattingen, gewoonten en gebruiken ♢volgens de christelijke moraal mag je niet liegen 1. een dubbele moraal hebben [over de ene gr...

Lees verder
2017
2021-01-28
Leendert Brouwer

CBG|Familienamen

Moraal

Deze naam zou afgeleid zijn van Admiraal, in verkorte vorm 'mirael'; vgl. de familienaam Amoraal. Men kan echter ook denken aan verwantschap met namen als Morel en Moré(e), namen met een oorsprong in een Romaanse taal (Frans, Spaans), waarin we het woord 'moor' herkennen, wijzend op een donkere huidskleur.

2017
2021-01-28
Wielrenners

Jargon & Slang van Wielrenners

Moraal

Moraal - gallicisme naar het Fr. moral. Bedoeld wordt eig. moreel: gemoedsgesteldheid van een renner of ploeg. Wel of geen moraal hebben betekent dus wel of niet zin hebben om er tegenaan te gaan, om te winnen. M'n moraal zakte als een pudding in elkaar... - Maarten Ducrot, Berichten uit de Tour de France (1987) ​

Lees verder
2016
2021-01-28
WO2 Thesaurus

WO2 Thesaurus

Moraal

Met Moraal bedoelt men de heersende zeden en gebruiken: de handelingen en gedragingen die in een maatschappelijke context als correct en wenselijk worden gezien. Moraal wordt in hoge mate bepaald door traditie en de normen en waarden van de samenleving waar iemand deel van uitmaakt.

2011
2021-01-28
Bedrijfskunde Integraal

Bedrijfskunde Integraal

moraal

Algemene, onpartijdige regels die aangeven wat de juiste manier van handelen is in tal van situaties.

2009
2021-01-28
Groot wielerwoordenboek

Geschreven door Marc De Coster

moraal

Gallicisme, naar het Franse ‘moral’. Bedoeld wordt eigenlijk ‘moreel’: gemoedsgesteldheid van een renner of ploeg. Wel of geen moraal hebben betekent dus wel of niet zin hebben om er tegenaan te gaan, om te winnen; al dan niet in vorm zijn. In het voorjaar reden Goens en Van Lancker de Belgen zo voorbij. En wij die Belgen weer. Maar die Franse mate...

Lees verder
2009
2021-01-28
Literatuur

Geschreven door J.A. Dautzenberg

moraal

De wijze les die in een verhaal opgesloten kan liggen; soms expliciet meegedeeld aan het slot zoals bij fabels, maar meestal impliciet zoals bij satires.

2009
2021-01-28
Wielersportwoordenboek

Wielersportwoordenboek door Jan Luitzen ©

moraal

(de; g.mv.) - moreel, stemming, instelling: de moraal in de ploeg is goed, de renners van de ploeg hebben er zin in, geloven in een goed resultaat. Herkomst: onder invloed van het Fr. moral dat ‘moreel’ of ‘stemming’ betekent, ontstond deze voor het Nederlands wat merkwaardige vermenging van moraal en moreel.

Lees verder
1993
2021-01-28
Vreemd Nederlands

Vreemd Nederlands

Moraal

zedenleer; ethiek

1992
2021-01-28
Een woordenboek van de filosofie

Begrippen, stromingen, denkers

Moraal

Zie ethiek.

1955
2021-01-28
Katholicisme encyclopedie

Onder redactie van Prof. dr. J.C. Groot

MORAAL

is eigenlijk het feitelijk bestaand geheel van zedelijke opvattingen bij een bepaalde mens of mensengroep. Zij vormt het voorwerp van de moraalwetenschap, die haar volgens verschillen naar plaats en tijd sociologisch beschouwd als een aspect van de cultuur en een positief-wetenschappelijke beschrijving en verklaring er van geeft. De naam moraal wor...

Lees verder
1950
2021-01-28
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Moraal

(<Fr.), v., 1. zedenleer: de Christelijke moraal; 2. vaste zedelijke beginselen : hij heeft geen moraal: 3. zedeles: bij elke fabel wordt de moraal in de beide laatste versregels meegedeeld.

Lees verder
1949
2021-01-28
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Moraal

(van Lat. mores, zeden), in het algemeen het geheel van (ongeschreven) zedelijke wetten, die in een bepaalde kring of tijd gelden. In het bijzonder, als chr.Mf., de theol.-philosofische wetenschap, die het zedelijk leven tot object heeft. Als zodanig is het begrip M. vooral bij Kath. gebruikelijk; z Moraaltheologie.

Lees verder
1933
2021-01-28
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Moraal

➝ Moraaltheologie.

1926
2021-01-28
Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Moraal

Dit woord komt van het Latijnsche woord mos, zede, en kan in verschillende beteekenissen gebruikt worden. In de eerste plaats wordt het gebezigd in den zin van zedeles, conclusie voor ons zedelijk leven zedelijke leer, b.v.: de moraal van dit verhaal is etc. Ten tweede kan het aanduiden het zedelijk leven zelf in onderscheiding van het religieuse l...

Lees verder
1916
2021-01-28
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Moraal

Moraal - (van ’t Lat. mores, zeden) beteekent: zedelijkheid, in het bijzonder de subjectieve, historisch-sociaal bepaalde zedelijkheid, de zedelijke denkwijze van een individueel mensch, stand of klasse, tijdsperiode. Daarnaast wordt de term vaak gebruikt in den zin van theoretische zedeleer, dus van Ethiek. — Vooral in de R.-Kath. theologie naam v...

Lees verder
1914
2021-01-28
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

moraal

moraal - v., zedenleer, uiterlijke zedelijkheid.

1898
2021-01-28
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Moraal

Moraal v. zedenleer: de Christelijke moraal; zedeles, leer, leering: bij elk der fabels wordt de moraal in de beide laatste versregels meegedeeld.