Wat is de betekenis van mopperen?

2020
2021-05-12
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

mopperen

1) (1956) (Amsterdam, Rotterdam) schaften; koffie drinken of een boterham opeten. • Het is in de gehele Amsterdamse haven gebruikelijk, dat 's morgens tien minuten met het werk wordt gestopt, om brood te eten. Dit wordt tien minuten „mopperen" genoemd. Alleen bij de HSM was dit de arbeiders tot nu toe verboden, ofschoon door de arbeiders...

Lees verder
2019
2021-05-12
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

mopperen

mopperen - Werkwoord 1. (inerg) onvrede uiten Er werd erg gemopperd over de slechte examenresultaten. Verwante begrippen kankeren, morren, sputteren

Lees verder
2018
2021-05-12
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

mopperen

mopperen - regelmatig werkwoord uitspraak: mop-pe-ren 1. iets zeggen omdat je ontevreden bent ♢zij moppert de hele dag op die kinderen Regelmatig werkwoord: mop-pe-ren ik mopper jij/u moppert...

Lees verder
2017
2021-05-12
Havenarbeiders

Jargon & Slang van Havenarbeiders

Mopperen

Mopperen - het werk onderbreken om koffie te drinken.

1952
2021-05-12
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Mopperen

v., prottelje, grommelje, grine; -d, prottelich, grynderich.

1950
2021-05-12
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Mopperen

(mopperde, heeft gemopperd), knorren, brommen: op iem. mopperen ; over iets mopperen, zijn ontevredenheid doen blijken, pruttelen ; wat zit je te mopperen? ben je weer ontevreden?

1898
2021-05-12
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Mopperen

Mopperen (mopperde, heeft gemopperd), knorren, brommen: op iem. mopperen; — over iets mopperen, zijne ontevredenheid doen blijken, pruttelen; — wat zit je te mopperen! Ben je weer ontevreden ! MOPPERAAR, m. (-s), MOPPERAARSTER, v. (-s), die moppert, pruttelt.

Lees verder