Wat is de betekenis van monteren?

2019
2021-10-16
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

monteren

monteren - Werkwoord 1. de juiste beelden achter elkaar zetten Ze waren bezig om de film te monteren. 2. ergens aan vastmaken Je moet eerst het groene plaatje monteren. 3. uit losse (onder)delen in elkaar zetten Woordherkomst afgeleid v...

Lees verder
2018
2021-10-16
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

monteren

monteren - regelmatig werkwoord uitspraak: mon-te-ren 1. in elkaar zetten ♢Arie monteert de kast van Ikea Regelmatig werkwoord: mon-te-ren ik monteer jij/u monteert ...

Lees verder
2017
2021-10-16
Emanuel Damsteeg

Videofilmen; termen en begrippen (1992)

Monteren

Het in de gewenste volgorde overspelen van fragmenten van de camcorder naar een stationaire videorecorder ('editen') waarop een tv-toestel als monitor is aangesloten.

2017
2021-10-16
Beursspeculanten

Jargon & Slang van Beursspeculanten

Monteren

Monteren - stijgen.

1994
2021-10-16
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Monteren

[Fr. monter, van VLat. *montare = eig.: klimmen, van Lat. mons, montis = berg] ineenzetten; vatten (edelstenen in metaal); de scènes van een film in juiste orde aan elkaar zetten; aankleden van een toneelstuk; soldaten uitrusten met nodige dienstkleding; (cul.) a afmaken van een gerecht of een schotel, b op...

Lees verder
1993
2021-10-16
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Monteren

ineenzetten; oplopen (van een koers); de montage bewerkstelligen

1955
2021-10-16
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Monteren

machinedelen in elkaar zetten; een diamant zetten; toneelstuk of film in elkaar zetten

1950
2021-10-16
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Monteren

(monteerde, heeft en is gemonteerd), (<Fr.), 1. opmaken, in orde brengen, b.v. in toepassing op het zetten van edelstenen; — bevestigen op een onderstel enz. 2. (een machine) uit de losse delen in elkaar zetten; 3. een toneelstuk, een film aankleden, in elkaar zetten. Zie ook Gemonteerd.

Lees verder
1949
2021-10-16
Vreemde woorden in de Natuurkunde

Prof. Dr. P.H. van Laer

Monteren

( = Fr. monter = inrichten, in elkaar zetten; vulgair Lat. montére = stijgen, beklimmen, inrichten; mons, gen. móntis = berg). In elkaar zetten (van toestellen).

1948
2021-10-16
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

monteren

stijgen; de hoogte in gaan (opstijgen); op wekken, bezielen; van het nodige ter kleding voor de dienst voorzien (soldaten); bemannen (schip); van een opgetuigd paard voorzien (een ruiter); de delen van een machine ineenzetten; zetten, in een kas vatten (edelgesteenten); voorbereiden voor de opvoering (een toneelstuk); bijzetten (de verfkuip); cli...

Lees verder