Wat is de betekenis van Molen?

2022
2023-02-07
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster

molen

(1950) (sch.) gebit; mond. In de uitdrukkingen: 'Mijn molen maalt niet meer': ik kan niet meer bijten. 'Hou uw molen dicht!' • Meulen: Mond : diene — en staat geene minuut stille. (L. Lievevrouw-Coopman: Gents Woordenboek. 1950) •(Lex Reelick, Cor Swanenberg, drs. Erwin Verzandvoort & Michel Wouters: Bosch woordenboek. 1993) &...

Lees verder
2019
2023-02-07
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

molen

molen - Zelfstandignaamwoord 1. (techniek) een installatie die de stroming van lucht of water als energiebron gebruikt voor het aandrijven van allerlei machines Voor het droogmalen van de polders werden windmolens ingezet. 2. (werktuigbouwkunde) een op andere energiebron dan lucht of water...

Lees verder
2018
2023-02-07
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

molen

molen - zelfstandig naamwoord uitspraak: mo-len 1. bouwwerk met wieken waarmee iets gemalen wordt of waarmee men water verplaatst ♢rondom de Schermer stonden vroeger zestig molens 1. met molentjes lopen [...

Lees verder
2017
2023-02-07
Wielrenners

Jargon & Slang van Wielrenners

Molen

Molen - versnelling. 'Een grote molen draaien'. Vgl. Fr. pousser un grand moulin. En toen ze eenmaal de grote molen op gang had, was er geen houden meer aan. - Wieler Revue 14.10.1988 ​

Lees verder
2017
2023-02-07
B.D. Poppen

Schrijver op Ensie

Molen

Een werktuig dat door de kracht van mensen (een handmolen), dieren (een rosmolen en een tredmolen), wind (een windmolen) of water (een watermolen) wordt aangedreven.

1992
2023-02-07
Symbolen

Hans Biedermann

molen

molensteen. Een grote molen komt men bij de oude cultuurvolken geregeld tegen als beeld van de omloop van de vaste sterren om de noordpool van de hemel, die denkbeeldig door een kristallen wereldas met het middelpunt van de aarde verbonden is (zie mundus; omphalos; wereldas).

1982
2023-02-07
Encyclopedie van Zeeland

Alles over Zeeland

MOLEN

Het ontstaan van de molen dient te worden gezocht in de prehistorie, toen het graan werd fijngewreven tussen een wrijfsteen en een daarvoor met de hand heen en weer bewogen wrijver. Beide waren min of meer platte natuurstenen die door gebruik uiteraard vlak werden geslepen. De graankorrels werden tussen beide oppervlakken uitgewreven, waardoor de v...

Lees verder
1976
2023-02-07
Gerben Abma

Encyclopedie van het hedendaagse Friesland (1976)

MOLEN

Tegenover een Fries molenbestand eind 1957 van 146 (80 levende en 66 „dode”) staat een aantal molens op 1 juli 1968 (de laatste telling) van 129 (5 houtzaag-, 24 koren-, de overige poldermolens). Nadien is dit aantal door brand, storm en afbraak nog verder gedaald. Overigens is op de molens van toepassing de Fr. Molenverordening (1955),...

Lees verder
1963
2023-02-07
Surinaams woordenboek

J. van Donselaar

molen

(de, -s), (i.h.b., gebr. in een suikerfabriek:) kort voor suikermolen, i.h.b. in samenst. -Syn. rietmolen. Zie ook: windmolen.

Lees verder
1958
2023-02-07
Encyclopedie van Friesland

Encyclopedie van Friesland (1958) onder redactie van Prof. Dr. J.H. Brouwer

MOLEN

(Fr.: mole, moune). Na 1550 kwamen M.s in Frl. voor. Begin 19de eeuw het maximum: ruim 2400. In W.O. II werden in Frl. geteld ca. 30 industrie-ikf.s en ca. 225 water-Af.s. Het M.-bezit was op 1.9.1957: ii industrie- en 69 water-Af.s in bedrijf, buiten werking: 16 industrie- en 50 water-M.s. Molencommissie. Ingesteld door Ged. Staten 11.9. 1946...

Lees verder
1952
2023-02-07
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Molen

s., moune, mole; de — staat op de wind, de moune stiet op ’e, yn ’e, to wyn; een klap van de — beet hebben, in slach mei de moalpûde hawn hawwe; mijn -tje draait hier niet, myn hearring bret hjir net.

1950
2023-02-07
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Molen

m. (-s), 1. oorspr.: werktuig tot het fijn malen van verschillende stoffen, inz. graan; 2. inrichting, gebouw waar zich zulke werktuigen bevinden, inz. korenmolen: (spr) dat is koren (water) op zijn molen, dit helpt hem, komt het te pas; — daar is wat in de molen, daar is wat ophanden, in de maak, (ook) daar wordt iets kwaads g...

Lees verder
1949
2023-02-07
De Kleine Winkler Prins

Encyclopedie van A tot Z - 1949

Molen

technische benaming voor een werktuig of werkplaats, waarbij bepaalde stoffen tot poedervorm worden vermalen. Men onderscheidt o.a. graan-M., verf-M., cement-M.; naar gelang van de aandrijfkracht in hand-M., M. door mens- of dierkracht aangedreven, tred-M., water-M., wind-M.; naar gelang van de constructie in kogel-M., wrijf-M., buis-M., koller-M.,...

Lees verder
1937
2023-02-07
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

molen

m. -s, molentje; 1. inrichting of voorwerp tot het fijn maken van graan, verf, kruit enz.: een windmolen, een watermolen; een korenmolen, een koffiemolen; poldermolen; zegsw. dat is water (of: koren) op zijn molen, a) dat is in zijn voordeel, in zijn belang, b) daar groeit hij in; geen koren v. d. molen sturen, geen klant wegsturen, fig. geen voord...

Lees verder
1933
2023-02-07
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Molen

1) door wieken of stroomend water in beweging gebrachte maalinrichting ( → windmolen, → watermolen), welke beweegkracht thans grootendcels is vervangen door electromotoren of turbines; 2) maalwerktuig in kleineren of grooteren vorm, zooals koffiemolen, kogelmolen, specerijmolen, enz.

Lees verder
1933
2023-02-07
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Molen

Eigenlijk: maalwerktuig, of het gebouw, waarin zulk een werktuig is geplaatst. Wordt als krachtbron van den wind gebruik gemaakt, dan spreekt men van een windmolen, ook wanneer het daarin geplaatste werktuig voor geheel andere doeleinden dient dan om te malen, bijv. om hout te zagen, rijst te pellen, olie te stampen, papier te maken, of om water om...

Lees verder
1930
2023-02-07
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

molen

('mo:lәn) m. (—s; -tje) [Lat. molina < molere, malen] I. Eig. 1. werktuig waarmede, gebouw waar inz. graan door middel van twee scherpe stenen, waarvan zich de bovenste over de onderste beweegt, tot meel wordt gemalen : koren-, stoom-, water-, windmolen; in Nederland zijn er nog meer dan 1400 -s, waaronder 130 watermolens. Gez, de do...

Lees verder
1926
2023-02-07
Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Molen

In het Oosten, ook bij Israël, werd het koren, waarvan men brood wilde bakken, öf in een mortier of vijzel fijngestampt, óf, en dit meestal, op (in) handmolens gemalen. Het Hebreeuwsche woord voor molen is een meervoudsvorm (reckajim = de beide vermalers), daar een molen bestond uit twee ronde molensteenen, ongeveer 1½ voet...

Lees verder
1916
2023-02-07
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Molen

Molen - De windmolen wordt thans nog alleen voor het malen van graan en het opvoeren van polderwater gebruikt. Door het opvangen van de kracht van den wind wordt de molen een krachtwerktuig, dat een maalinrichting of wel een wateropvoerwerktuig drijft. Er zijn verschillende constructies voor molens, in de eerste plaats wijkt de bouw van den watermo...

Lees verder
1911
2023-02-07
pluim

Keur van Nederlansche woordafleidingen

Molen

van ’t Lat. molina (men nam den verbeterden ,,molen” van de Rom. over), afl. van molere = malen (z. d. w.). Ons woord molen is dus niet een Germ. maar een Romaansche afl. van den wt. mal. Het Germ. woord voor molen was bij ons kweern (als handmolen; mogelijk verwant met kern, zie Koren). Zie ook: Mulder.