Wat is de betekenis van Mokum?

2020
2021-06-13
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

Mokum

(1752) (< Hebr. makom, plaats, stad) (Barg.) Amsterdam. Ook wel: Groot-Mokum; Mokum Godel; Mokum Ollif. Rotterdam is Mokum Reis; Berlijn Mokum Beisz; Delft Mokum Dollet; Dordrecht Mokum Dollet; Alkmaar Mokum Aije enz. De beginletter van elke stad werd in het Hebreeuws achter 'Mokum' gevoegd. • Nu gebeurde het, dat wij met een bodderik van M...

Lees verder
2019
2021-06-13
Ewoud Sanders

Taalhistoricus en journalist.

Mokum

stad; Amsterdam In 1752 voor het eerst opgenomen in een Bargoense woordenlijst, getiteld ‘Tenzaeme gevoegt opstel van de zoogenoemde Bourgondische Dieventaal als meede van de Joodse dieven en Landloopers Tael’. Het komt hierin voor in de vorm mokum en met als betekenis ‘stad’. Van het Jiddische mokem, dat ‘stad’ betekent. Mokum...

Lees verder
2019
2021-06-13
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Mokum

Mokum - Eigennaam 1. (informeel) (Jiddisch-Hebreeuws) Amsterdam Woordherkomst Herkomst: Jiddisj (vernederlandste vorm)

Lees verder
2014
2021-06-13
Mokums woordenboek

Ditte Simons en Hans Heestermans

mokum

(< Jidd. mokem < Hebr. mokoum, stad), 1. stad: Pl. Amst; 2. Amsterdam, ook wel Groot Mokum of Alef Mokum genoemd; alefis de iste eerste letter van het Jidd. alfabet en heeft de getalwaarde 1, Amsterdam is de eerste stad van het land: Hij zat dan eindelijk in de trein, die ’m weg zou voeren uit dat vervloekte Rotterdam. Vanavond zou ie w...

Lees verder
2002
2021-06-13
XYZ van Amsterdam

Geschreven door J. Kruizinga Gerrit Vermeer, 2002

Mokum

Mokum - Het Hebreeuwse woord makoom betekent stad, woonplaats. Groot-Mokum is hoofdstad. Deze zo dikwijls voor A. gebruikte naam duidt op de joden, voor wie het hier de stad bij uitnemendheid was. Zo noemt men ook een Amsterdammer wel Groot-Mokumer en een Rotterdammer een Klein-Mokumer. Vele joden die zich in A. vestigden, noemen het "Mokum Aleph"...

Lees verder
1993
2021-06-13
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Mokum

stad (Barg.)

1955
2021-06-13
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Mokum

(Barg.) stad; groot Mokum: Amsterdam.

1950
2021-06-13
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Mokum

o., (Barg.) stad; Groot Mokum, Amsterdam.

1949
2021-06-13
Boevenjargon

Geschreven door Professor Henry Roskam

Mokum

stad. Groot Mokum, Amsterdam. Er zijn hier in Mokum geen goede tiejijzen meer, geen welvoorziene brandkasten. Klein Mokum, Rotterdam. Mokum Mollof, Mokum Alf Amsterdam; Mokum Reis, Rotterdam; Mokum Beisz, Berlijn; Mokum Lammert majem, Leeuwarden; Mokum Lammert, Hoorn, stad Leiden; Mokum Kaf, 's Hertogenbosch; Mokum Aye, Alkmaar; Mokum Jaar, A...

Lees verder
1948
2021-06-13
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

Mokum

(Hebr.) o. plaats, stad; Groot ~, Amsterdam.

1919
2021-06-13
uitdrukkingen

Woorden en uitdrukkingen verklaard

Mokum

barg. = stad, in Groot Mokum (Amsterdam), Klein Mokum (Rotterdam). Groot Mokumer of alleen Mokumer = Amsterdammer.

1898
2021-06-13
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Mokum

Mokum o. (diev.) Groot Mokum, Amsterdam.