Wat is de betekenis van Moet?

2024-02-25
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

moet

moet - Zelfstandignaamwoord 1. dwang. Moet is een bitter kruid. moet - Werkwoord 1. enkelvoud tegenwoordige tijd van moeten 2. gebiedenwijs van moeten

2024-02-25
Brabants Handwoordenboek

Prof. dr. Jos Swanenberg (2015)

moet

(zn) moeder LC.

2024-02-25
Lexicon van de multiculturele samenleving

Martin Meulenberg (2003)

MOET

(Maatschappij Oriëntatie in de Eigen taal) Cursus die wordt gegeven in asielzoekerscentra aan nieuwkomers om hen te informeren over de Nederlandse samenleving. De cursus biedt bovendien de mogelijkheid contacten te leggen met mensen uit de eigen taalgroep.

2024-02-25
Zuid-afrikaans woordenboek

H.J. Terblanche - M.A., D. Litt

moet

noodsaaklikheid; spoor; litteken; keep; moes, gedwonge, verplig wees; behoort.

Wil je toegang tot alle 15 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-02-25
De vreemde woorden

Fokko Bos, Dr. O. Noordenbos (1955)

Moet

vlek; indruk

2024-02-25
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Moet

s., moed.

2024-02-25
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Moet

I. MOET v, (-en), 1. indruksel, inz. overblijvend teken van vlekken of vouwen in een stof: de vlekken, de vouwen zijn er uit, maar de moet is nog zichtbaar ; — in het lichaam achtergebleven spoor van druk of knelling: zie eens, hoe hij mij geknepen heeft, de moet staat er nog in; 2. litteken van een wond; 3. slijmachtig vuil...

2024-02-25
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

moet

I. v. -en; vlek; indruksel. II. moet, o.; noodzaak, dwang: het is een moet; zegsw. moet is een bitter kruid. III. moet, in: te moet; te moet gaan, tegen.

2024-02-25
Katholieke Encyclopaedie

Uitgeverij Joost van den Vondel (1933-1939)

Moet

Bij den boekdruk beteekent m. de indruk op het papier van letters en clichés, tijdens het typographisch drukken ontstaan. Aan den achterkant van het papier vertoont zich een reliëf. De drukker poogt moet door vakkundig toestellen zoo veel mogelijk te verwijderen.

2024-02-25
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

moet

I v. (-en; -je) [msch. ~ maal IV I 2] achtergebleven vlek, indruksel: roestige -en in het linnen; de van een kogel op een schietdoel. II m. dwang, noodzaak : die visite, dat huwelijk was een -je ; is een bitter kruid. III in de uitdr. te Veroud. te gemoet, tegen : te gaan.

2024-02-25
De vreemde woorden

Fokko Bos (1914)

moet

moet - v., vlek; indruk.

2024-02-25
Vivat's Geïllustreerde Encyclopedie

J. Kramer (1908)

Moet

overblijfsel van een vouw, een indruk (bijv. op papier bij het drukken).

2024-02-25
Groot woordenboek der Nederlandsche taal

J.H. van Dale (1898)

Moet

1. Moet v. (-en), indruk, spoor dat door iets wordt achtergelaten, inz. overblijvend teeken van vlekken of vouwen in eene stof: de vlekken, de vouwen zijn er uit, maar de moet is nog zichtbaar; — ook van overblijvende indruksels in het lichaam: zie eens, hoe hij mij geknepen heeft, de moet staat er nog in; — litteeken eener wond; &mda...

2024-02-25
Nieuw woordenboek der Nederlandsche taal

I.M. Calisch (1864)

Moet

Moet, v. (-en), rond knoopje onder aan het lemmet van een pennemes; verhevenheid van verf (bij het schilderen ontstaan); indruksel (door knoeijen enz. ontstaan); overblijvend teeken eener wond, (ook) van vuil; rand, merk; (zeew.) slijmachtig vuil dat het zeeschuim op het strand achterlaat; (boekdr.) teeken door de zamen-voeging van eenen vorm veroo...

2024-02-25
Zeemans woordenboek

Jacob van Lennep (1865)

Moet

z.n.o. - Rand, overblijvend merk, en wel bepaaldelijk het slijmachtige vuil, dat het zeeschuim op het strand achterlaat: ’t wordt ook genomen voor de waterlijn. Zie ald.