Wat is de betekenis van moe?

2021
2022-01-23
Blockchain

Blockchain woordenboek

Moe

MoE is het letterwoord voor Medium of Exchange.

2020
2022-01-23
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

moe

(2004) (straattaal) in de uitdrukking 'je mond ruikt moe': je stinkt uit je mond. • Oppier reisde het hele land door. In Limburg kruipt er wat Duits in de jongerentaal (Dat is blod - dat is stom), in het westen wat exotische termen (Kontabai - 'hoe gaat het') en overal eigen woorden en betekenissen (Je mond ruikt moe - je stinkt uit je mond)....

Lees verder
2019
2022-01-23
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

moe

moe - Zelfstandignaamwoord 1. (informeel) ma, moeder (…) de naaikransjes, picknicks en vakanties met pa en moe maken plaats voor schoolclubs, fuiven en vakanties met vriendinnen (…) moe - Bijvoeglijk naamwoord 1. geneigd tot rusten of slapen, afgemat ...

Lees verder
2018
2022-01-23
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

moe

moe - bijvoeglijk naamwoord 1. wie aan rust of slaap toe is ♢ik ga naar bed, ik ben moe 1. zo moe als een hond [heel erg moe] 2. het moede hoofd neerleggen ...

Lees verder
1954
2022-01-23
Medisch

Eerste Medisch Systematische Ingerichte Encyclopedie

Moe

zie vermoeidheid.

1954
2022-01-23
Groninger Encyclopedie

K. ter Laan

Moe

uitwateringsgeul buitendijks in de Dollard, geschreven mude. Zie daar.

1952
2022-01-23
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Moe

adj., wurch, warch, mêd, ynein, oanein; — zijn, jins nocht, bikomst, bikommen hawwe, de ein yn ’e bek hawwe de lea fiele; ik word(en slaperig) de lea bijowe, bifalle my; — en suf, af en staf; door en door —, ynwurch trochwurch, skjin ynein, bek-ôf; iets...

Lees verder
1950
2022-01-23
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Moe

I. MOE, zie moede. II. MOE v., moeder; in kindert. ook: moeke, moetje, o. (-s).

Lees verder
1937
2022-01-23
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

moe

I. bn., bw.; zie moede. II. v.; moeke, moetje, moeder.

Lees verder
1933
2022-01-23
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Moe

(Jörgen Ingelbrektsen), Noorweegsch predikant, dichter en folklorist. * 22 April 1813 te Sigdal Ringerike, ♱ 27 Maart 1882 te Kristiansand. Wat van hem voortleeft, zijn de meesterlijk navertelde volkssprookjes, door hem van 1835 tot aan zijn dood, met piëteitvollen eerbied voor de volkskunst, verzameld (in samenwerking met P. Chr. Asbj&ou...

Lees verder
1898
2022-01-23
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Moe

1. Moe bn. bw. Zie MOEDE. 2. Moe v. verkorting van moeder, naam waarmede vooral kinderen hunne moeder aanspreken. MOEKE, MOETJE, o.

Lees verder