Wat is de betekenis van misselijk?

2019
2021-01-19
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

misselijk

misselijk - Bijvoeglijk naamwoord 1. tot braken geneigd Ik heb te veel kersen gegeten, waardoor ik misselijk ben. 2. een nare indruk makend, onuitstaanbaar Wat een misselijke streek is dat! Woordherkomst afgeleid van mis met het achterv...

Lees verder
2018
2021-01-19
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

misselijk

misselijk - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: mis-se-lijk 1. met gevoel in je buik, alsof je moet overgeven ♢hij werd misselijk van al die taart 1. dat is niet misselijk [commentaar van iemand die ergens v...

Lees verder
1950
2021-01-19
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Misselijk

bn. bw. (-er, -st), 1. onpasselijk, neiging tot braken hebbend: hij is, wordt misselijk ; — (zegsw.) zo misselijk als een kat; 2. een uiterst onaangename indruk makend, ellendig : een misselijke kerel; hij maakte er een misselijk figuur.

Lees verder
1898
2021-01-19
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Misselijk

Misselijk bn. bw. (-er, -st), vreemd, wonderlijk, leelijk: zij is misselijk gekleed; — hachelijk, gevaarlijk: in misselijke omstandigheden verkeeren; het ziet er misselijk uit; — onpasselijk, neiging tot braken hebbend: hij is, wordt misselijk; zoodra ik rook, word ik misselijk; — walglijk: foei! wat een misselijke kerel; hij maak...

Lees verder