2020-04-07

misleiden

De andere spelers een verkeerde indruk geven van de eigen hand. Het meest toegepast door de leider in het afspel, omdat deze geen last heeft van een eventuele misleiding van zijn partner (die dummy is). Ook tegenspelers kunnen echter trachten (de leider) te misleiden (misleidende uitkomst; falsecard). Bij uitzondering kan het zelfs nuttig zijn de partner te misleiden, bijvoorbeeld om hem min of meer te dwingen een andere kleur na te spelen. Verder wordt misleiden regelmatig toegepast bij het bie...

2020-04-07

misleiden

misleiden - regelmatig werkwoord uitspraak: mis-lei-den 1. niet eerlijk zijn ♢hij heeft mij misleid met zijn verhaal Regelmatig werkwoord: mis-lei-den ik misleid jij/u misleidt hij/zij misleidt wij/zij/jullie misleiden ik/jij/u/hij/zij misleidde...

2020-04-07

Misleiden

Misleiden (leidde mis, heeft misgeleid), (w. g.) valsch, verkeerd leiden; — (misleidde, heeft misleid), bedriegen: hij heeft zich door den schijn laten misleiden. MISLEIDING, v. (-en), het verkeerd leiden; bedrog.

2020-04-07

misleiden

misleiden - Werkwoord 1. (ov) iemand ~ iemand in de waan van iets brengen Zij misleidden daarmee de kiezers op grote schaal. Woordherkomst samenstelling van mis en leiden

2020-04-07

misleiden

1. ('mis) (leidde mis, heeft misgeleid) verkeerd leiden. 2. ('leidən) (misleidde, heeft misleid) op een verkeerd spoor brengen en dwaling veroorzaken : hij zoekt hem te -; door de duisternis misleid. Syn.→ bedotten.