Wat is de betekenis van Ministerie?

2019
2022-07-06
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

ministerie

ministerie - Zelfstandignaamwoord 1. een afdeling van een overheid waar het beleid van de regering wordt uitgevoerd Het ministerie van financiën is verantwoordelijk voor de inkomsten en uitgaven van het land. Uitdrukkingen en gezegden ♦ Openbaar Ministerie ...

Lees verder
2018
2022-07-06
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

ministerie

ministerie - zelfstandig naamwoord uitspraak: mi-nis-te-rie 1. afdeling van de regering waar één minister de baas is ♢hij werkt op het Ministerie van Landbouw 1. het Openbaar Ministerie [dienst die...

Lees verder
2017
2022-07-06
Staten Generaal

Volksvertegenwoordiging van Nederland

Ministerie

Een Ministerie is een organisatie van de rijksoverheid waar het beleid van de regering wordt bedacht en uitgevoerd.

2002
2022-07-06
XYZ van Amsterdam

Geschreven door J. Kruizinga Gerrit Vermeer, 2002

Ministerie

Ministerie - Een onderdeel van de Nieuwe Kerk dat in 1974 werd afgebroken bij de restauratie. Daar vergaderde het ministerie, een aantal predikanten van de Ned.-herv. Kerk. Men moet dan het woord minister beschouwen in de oorspronkelijke betekenis van dienaar. De predikanten zijn dienaren van het goddelijk woord, zoals de ministers van het kabinet...

Lees verder
1994
2022-07-06
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Ministerie

[Lat. ministerium = dienst, bediening] 1 ambtelijke hulp; 2 functie of ambtsvervulling van minister, afdeling van staatsbestuur onder een minister, gebouw daarvoor, de gezamenlijke ministers; 3 kerkelijke bediening, de gezamenlijke kerkdienaren van een plaats.

Lees verder
1993
2022-07-06
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Ministerie

departement; ambt van een minister; de gezamenlijke ministers; gezamenlijke predikanten in een plaats

1990
2022-07-06
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

ministerie

ministerie - Gebouwen waar zich de bureaus van een minister bevinden.

1955
2022-07-06
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Ministerie

departement (gebouw) van de minister; gezamenlijke ministers; gezamenlijke predikanten van een plaats; openbaar ministerie: openbare aanklager bij een rechtbank

1952
2022-07-06
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Ministerie

s., ministearje.

1950
2022-07-06
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Ministerie

(<Fr.), o. (-s, ...riën), 1. ambt van minister : hem werd het ministerie van marine aangeboden; 2. ambtsvervulling van iem. als minister: die wet kwam tijdens zijn ministerie tot stand; 3. departement van algemeen bestuur: ministerie van financiën; 4. gebouw waar zich de bureaux van een minister bevinden : hij...

Lees verder
1948
2022-07-06
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

ministerie

o. ambt, bediening; dienst, hulpbetoon; bijstand ; staatsbeheer; bijzondere afdeling van bestuur onder een minister; gezamenlijke ministers; gezamen lijke geestelijken; openbaar ~ (O. M.), openbare aan klager of eiser bij een rechtbank.

Lees verder
1937
2022-07-06
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

ministerie

o. -s, ministeriën; (Fr. ministère, Lat. ministerium); ambt van een minister; ambtsvervulling van iem. als minister; departement van een minister; de gebouwen, waar een departement gevestigd is; de gezamenlijke ministers; ambtsverrichtingen v. e. notaris; al de predikanten van een grote plaats, hun bijeenkomst: openbaar ministerie, open...

Lees verder
1933
2022-07-06
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Ministerie

1) departement, v/e minister, bestuursafdeeling. Sinds 1933 in Ned. 10 ministeries, nl. Binnenl. Zaken Buitenl. Zaken Financiën Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen Economische Zaken Sociale Zaken en Arbeid Justitie Waterstaat Koloniën Defensie; 2) Openbaar Ministerie, de openbare aanklager bij een rechtbank, treedt op als de ver...

Lees verder
1933
2022-07-06
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Ministerie

Term, gebruikt voor departement van bestuur (➝ Departement, 2°) en voor het college der gezamenlijke ministers, ook wel genaamd het kabinet.

1916
2022-07-06
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Ministerie

Ministerie, - 1) dienst, in het bijzonder, dien door een deurwaarder te verleenen. Zoo zegt art. 10 Regl. IV, dat de deurw. verplicht is zijn ministerie te verleenen, te allen tijde als het wordt ingeroepen. — 2) departement van algemeen bestuur. — 3) Openbaar Ministerie. — 4) de gezamenlijke gelijktijdig in functie zijnde ministers, ook wel kabine...

Lees verder
1910
2022-07-06
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Ministerie

Ministerie - 1. Beheer; bestuur. 2. Bemiddeling ; ambtsverrichting van een notaris.

Lees verder
1898
2022-07-06
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Ministerie

Ministerie o. (-s, ...riën), dienst, staatsbeheer; — ambt van minister: hem werd het ministerie van marine aangeboden; ambtsvervulling van iem. als minister; departement van algemeen bestuur : ministerie van financiën; — gebouw waar zich de bureaux van een minister bevinden: hij kwam juist van het ministerie van buitenlandsche...

Lees verder
1864
2022-07-06
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

ministerie

ministerie - v. (ministeriën), dienst; staatsbeheer; departement van algemeen bestuur (b.v. ministerie van finantiën); al de protestantsche leeraren van ééne plaats; ambtsverrichting van eenen notaris; openbaar ministerie, openbare aanklager, eischer (bij een rechterlijk college)