Wat is de betekenis van minachting?

2024-06-17
Prisma Groot Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2024)

2024-06-17
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

minachting

minachting - Zelfstandignaamwoord 1. het minderwaardig vinden, het geen gunstige mening hebben over Hij liet zijn minachting maar al te duidelijk blijken. Woordherkomst Naamwoord van handeling van minachten met het achtervoegsel -ing Antoniemen achting Verwante begrippe...

2024-06-17
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

minachting

minachting - zelfstandig naamwoord uitspraak: min-ach-ting 1. het op iemand neerkijken, hem minderwaardig vinden ♢met een blik vol minachting keek ze me aan Zelfstandig naamwoord: min-ach-ting de minachting Synon...

2024-06-17
Filosofisch woordenboek

Paul Frentrop (2001)

Minachting

‘Wie de zo veranderlijke aard van de menigte ook maar enigszins bij ondervinding kennen, gaan bijna aan haar wanhopen, omdat zij zich niet door de rede, maar alleen door haar hartstochten laat besturen.’1 Maar emoties zijn ook nuttig. Voor menigten mogen ze gevaarlijk zijn, voor individuen geldt: ‘De rede is de slaaf van de emotie...

2024-06-17
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Minachting

s., min-, lyts-, wanachting(e) forachting; iem. metbeschouwen, immen mei de rêch, op ’e rêch oansjen, mei fornedering op immen delsjen.

2024-06-17
Woordenboek Nederlands-Turks

Mehmet Kiriş (2024)

2024-06-17
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

minachting

v. het minachten : een blik vol -; onverholen voor al wat burgerlijk is. Syn. misprijzen. Tgst. ➝ achting.