Wat is de betekenis van mijn?

2019
2022-09-29
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

mijn

mijn - Bezittelijk voornaamwoord 1. van de eerste persoon enkelvoud Mijn huis staat op een heuvel. mijn - Zelfstandignaamwoord 1. een plaats waar delfstoffen gewonnen worden, onderaards of in een open groeve 2. voorwerp gevuld met springstof die ontploffing|ontploft bij aan...

Lees verder
2018
2022-09-29
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

mijn

mijn - voornaamwoord, zelfstandig naamwoord 1. bezittelijk: het is van de spreker ♢ik heb dat huis gekocht, het is mijn huis 1. daar moet ik het mijne van weten [daar wil ik alles van weten] ...

Lees verder
1954
2022-09-29
Agrarisch

Agrarisch Encyclopedie

Mijn

1. Dit woord wordt wel gebezigd als benaming voor veiling (z. Veilingwezen).2. Door insecten (larven) gemaakte gangen onder de opperhuid van bladeren (z. Mineren).

Lees verder
1952
2022-09-29
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Mijn

1. s., myn. 2. pron., myn; het -e, mines, minen (t); te -ent, to mines.

Lees verder
1950
2022-09-29
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Mijn

I. bez. vnw. van de 1ste pers. enk., 1. bijv.: mijn moeder, mijn zonen en dochteren;mijns bedunkens, oordeels, inziens, naar mijn mening, zoals ik de zaak inzie; — in dicht, taal ook achter een zn.: kindje mijn; mijn trein gaat om 9.02, die waarmee ik vertrekken wil; — in verb. met een aanspreekvorm:...

Lees verder
1949
2022-09-29
De Kleine Winkler Prins

Encyclopedie van A tot Z - 1949

Mijn

(1), ondergrondse inrichting voor het afgraven van delfstoffen (z mijnbouw); (2) plaats waar bij afslag land- en tuinbouwproducten worden verkocht (gemijnd); (3) met explosieve stoffen gevulde metalen bol, die in oorlogstijd door de strijdende partijen in zee wordt gelegd met de bedoeling vijandelijke schepen tot zinken te brengen. In W.O. II ging...

Lees verder
1937
2022-09-29
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

mijn

I. v. -en, mijntje; (Fr. mine): 1. onderaardse plaats, waaruit metaal, steenkool, edelgesteente enz. wordt opgedolven; de onder- en bovengrondse werken samen; ook: de mijnbouwmaatschappij, de directie: een zoutmijn, een steenkolenmijn; een mijn ontginnen; 2. plaats, holle ruimte, gang, waar een ontplofbare stof wordt ingegraven om versterkingen v....

Lees verder
1933
2022-09-29
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Mijn

1) → landtorpedo; 2) → mijnbouw; 3) → mijnwerper; 4) zee-m., stalen omhulsel gevuld met springstof, drijvend in zee, m/h doel i/d oorlog vijandelijke schepen te vernielen, doordat ze ontploffen, hetzij daartoe v/d kust uit electr. ontstoken, hetzij bij aanraking d/e schip. Sommige mijnen drijven los in zee, andere worden o/e bepaalde...

Lees verder
1933
2022-09-29
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Mijn

Mijn is de benaming, gegeven aan inrichtingen, die zich belasten met den verkoop, bij afslag, van land- en tuinbouwproducten. Zij berusten doorgaans op coöperatieven grondslag. De naam is daaraan ontleend, dat men kooper werd door het roepen van „mijn”, wanneer door den afslager een prijs werd afgeroepen, waarvoor men kooper wensch...

Lees verder
1916
2022-09-29
Technisch woordenboek

H.J. van Eyk

Mijn

1e. de naam van een kunstmatige groeve, waaruit men ertsen haalt. 2e. De naam van een lading buskruit, die gelegd wordt om tot een zeker doel tot ontploffing te worden gebracht.

Lees verder
1916
2022-09-29
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Mijn

Mijn - 1) het samenstel van boven- en ondergrondsche werken, dat dient voor de winning van eenige delfstof, die zich niet aan of zoo dicht bij de oppervlakte bevindt, dat de winning in open groeve mogelijk is. De wijze waarop een mijn wordt aangelegd hangt ten nauwste samen met den aard en de wijze van voorkomen van de delfstof, met de diepte waaro...

Lees verder
1910
2022-09-29
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Mijn

Mijn - plaats, waar de afslag plaats heeft (bij publieke verkoopingen), vischmijn, botermijn enz.

1908
2022-09-29
Vivat

Schrijver op Ensie

Mijn

1) Bij een projectiel: de laadruimte voor het buskruit. 2) In de krijgskunde: een hoeveelheid kruit, ingesloten in een of ander lichaam, met ’t doel dit lichaam te laten springen, hetzij onder den grond of in het water, teneinde datgene wat zich op het oogenblik van de ontploffing in de nabijheid bevindt, te vernielen. Het maken van mijngange...

Lees verder
1870
2022-09-29
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Mijn

Men geeft den naam van mijnen aan onderaardsche uithollingen, door menschenhanden gemaakt tot het verkrijgen van belangrijke delfstoffen. De mijnbouw of het aanleggen van zulke gangen onder den grond, doorgaans in vaste gesteenten, is een zeer oude tak van nijverheid. Men verzamelt daardoor metalen of ertsen, die in gangen of aders voorkomen, alsme...

Lees verder
1864
2022-09-29
Nieuw woordenboek der Nederlandsche taal

I.M. Calisch (1864)

Mijn

Mijn, bez. vnw. van mij; mijns, mijner, van mijn; mijns bedunkens, oordeels, inziens, naar mijne meening, zoo als ik de zaak inzie; de of het -e, wat mij toebehoort; de -en, mijn gezin, mijne lieden; het - en dijn, het mijne (mijn eigendom) en het uwe; te mijnent, bij mij aan huis; mijnenthalve, om mijnentwil, ter liefde voor mij, omdat ik het gaar...

Lees verder