Synoniemen van mij

man, heer, meneer, pief, memijnheer
2019-10-20

mij

mij - Persoonlijk voornaamwoord 1. accusatief en datief van ik, eerste persoon enkelvoud. Hij ontsloeg mij''. Hij gaf mij een baan''. 2. vorm van ik na een voorzetsel. Van mij hoef je niets te vrezen. Ze kocht een mooi cadeautje speciaal voor mij. mij - Wederkerend voornaamwoord...

2019-10-20

mij

mij - voornaamwoord 1. eerste persoon enkelvoud, wederkerend ♢ik heb mij vergist 2. eerste persoon enkelvoud, object ♢geef je mij niets? Voornaamwoord: mij Synoniemen me, me

2019-10-20

Mij

Mij pers. vnw. enk. 3e en 4e nv. van ik: hij had het mij gegeven; ik heb mij gebrand.