Wat is de betekenis van Mieters?

2020
2021-01-25
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

mieters

(eind 19e eeuw) (jeugd) goed, leuk, heerlijk. Aanvankelijk een krachtterm in de zin van 'vervloekt, verduiveld' die waardering uitdrukt. Soms ook gebruikt ter intensivering: in ergerlijk hoge mate. Aanvankelijk nog als erg plat beschouwd (het ging immers om een verkorting van het bijwoord sodemieters). In de jaren vijfig van de twintigste eeuw werd...

Lees verder
2019
2021-01-25
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

mieters

mieters - Bijvoeglijk naamwoord 1. (verouderd) fijn Het was een mieters feest. De woordenschat van een taal krimpt en breidt zich uit. De Van Dale van 1914 kon het doen met 2.061 pagina’s in één deel; 85 jaar later had de redactie 4.295 pagina’s in drie delen nodig om...

Lees verder
1998
2021-01-25
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Mieters

leuk, tof. Jeugdkreet uit de jaren dertig. Toen nog beschouwd als choquerend, want een verkorting van sodemietersen in die zin een krachtterm in de aard van ‘vervloekt, verduiveld’; tegenw. echter kinderachtig en verouderd; onder homoseksuelen enigszins geaffecteerd. Ook als bijvoeglijk naamwoord: een mieterse film.Eigentijdse varianten zijn te gek...

Lees verder
1950
2021-01-25
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Mieters

I. tw., (plat) 1. vervloekt; 2. (ook) heerlijk, fijn; II. bn., bw., (plat) 1. vervloekt: mieterse kerel; ’t is een mieters werk, men zou er ongeduldig bij, woedend om worden; — bw.: ’t is mieters lastig; 2. fijn, heerlijk, uitstekend: ’t gaat mieters!

Lees verder
1898
2021-01-25
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Mieters

Mieters tw. (plat) vervloekt; als bw. : ’t is mieters lastig.