Wat is de betekenis van mevrouw?

2019
2021-11-29
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

mevrouw

mevrouw - Zelfstandignaamwoord 1. een gehuwde vrouw mevrouw - Werkwoord 1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van mevrouwen ♢ Ik mevrouw 2. gebiedende wijs van mevrouwen mevrouw! 3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige...

Lees verder
2018
2021-11-29
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

mevrouw

mevrouw - zelfstandig naamwoord uitspraak: me-vrouw 1. zeg je tegen een volwassen vrouw ♢dag mevrouw Blom 2. volwassen persoon van het geslacht dat kinderen baart ♢die mevrouw ken ik ...

Lees verder
1973
2021-11-29
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

mevrouw

v. (-en), 1. aanspreektitel voor iedere vrouw; 2. gehuwde dame; 3. werkgeefster van een huishoudelijke hulp: mijn —.

Lees verder
1952
2021-11-29
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Mevrouw

s., (me)frou, pl. -wen; als een —, mefrouwich.

1950
2021-11-29
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Mevrouw

v. (-en), 1. thans aanspreektitel voor iedere gehuwde vrouw die niet tot de lagere volksklasse behoort; eert. en nog thans in Z.-Nederl. voor een gehuwde vrouw van adel; — in de vocatief ook gebruikt voor vorstinnen; 2. gehuwde dame : het is geen juffrouw, het is een mevrouw.

Lees verder
1937
2021-11-29
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

mevrouw

v. -en; gehuwde dame van enigszins deftige burgerstand; zie Mevr. of Mw.

1898
2021-11-29
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Mevrouw

Mevrouw v. (-en), gehuwde vrouw (inz. van voornamen stand).