Wat is de betekenis van meute?

2020
2022-07-06
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

meute

1) (1988) (politie) mensen, die bij de behandeling van een moord nodig zijn. • Is de meute gewaarschuwd? (A.C. Baantjer: De Cock en een dodelijke dreiging. 1988) 2) (1973) (wielr.) peloton. Syn.: bende*; pak*; trein*. • Als de meute heeft gebruisd en geknald zoals in de spetterende schuimende slag in de streek van de Cham...

Lees verder
2019
2022-07-06
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

meute

meute - Zelfstandignaamwoord 1. oorspronkelijk een groep jachthonden die gebruikt wordt voor bijvoorbeeld de vossenjacht 2. een grote groep mensen die als één geheel een doel lijkt te hebben terwijl de afzonderlijke individuen willoos lijken te volgen Het monumentale onderkomen in de voormalige Olympia Pale...

Lees verder
2018
2022-07-06
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

meute

meute - zelfstandig naamwoord uitspraak: meu-te 1. troep jachthonden ♢de meute joeg de paarden de juiste kant op 2. grote groep mensen ♢de hele meute komt hier naar toe! Zelfstandig naamwoor...

Lees verder
2017
2022-07-06
Wielrenners

Jargon & Slang van Wielrenners

Meute

Meute - slangbenaming voor het peloton. In Vlaanderen gebruikt men de term bende. Toen de Pélissiers even van de fiets moesten ging de hele meute er vandoor. Wim Amels, De geschiedenis van de Tour de France (1984) ​

Lees verder
2010
2022-07-06
Wielerwoordenboek

Geschreven door Fons Leroy en Wim van Rooy

meute

meute: peloton, pak.

2009
2022-07-06
Groot wielerwoordenboek

Geschreven door Marc De Coster

meute

Informele term voor het peloton. In Vlaanderen gebruikt men de term bende. Als de meute heeft gebruisd en geknald zoals in de spetterende schuimende slag in de streek van de Champagne dan heeft zij ook in een wilde apen Tour als deze ‘s anderendaags geen goesting om opnieuw van leer te trekken. (Leeuwarder Courant, 05/07/1973) Toen de Pélissiers e...

Lees verder
2009
2022-07-06
Wielersportwoordenboek

Wielersportwoordenboek door Jan Luitzen ©

meute

(de; -n, -s) - peloton, syn. pak, bende, hoofdmacht

1999
2022-07-06
Woordenboek van Neologismen

Geschreven door Marc de Coster ©

Meute

Meute - wielerpeloton. Toen de Pélissiers even van de fiets moesten ging de hele meute er vandoor. Wim Amels: De geschiedenis van de Tour de France, 1984 Het kwartet werkte goed samen en kreeg meer dan tien minuten van de rustig pedalerende meute. Trouw, 20-06-97

Lees verder
1993
2022-07-06
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Meute

troep (honden voor een drijfjacht)

1973
2022-07-06
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

meute

[Fr.], v./m. (-n, -s), oorspronkelijk jachtstoet, later alleen koppel honden, afgericht voor grote drijfjachten; troep, horde: (wielrennen) de meute vertrok bij stralende zon.

1955
2022-07-06
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Meute

koppel jachthonden; losgelaten bende.

1950
2022-07-06
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Meute

(Fr.), v., troep honden voor een drijfjacht.

1949
2022-07-06
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Meute

koppel voor de jacht afgerichte honden. Meux, gemeente in België, prov. Namen. 1218 ha, 1162 inw. Landbouw.

Lees verder
1948
2022-07-06
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

meute

(Fr.) v. koppel jachthonden.

1937
2022-07-06
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

meute

v.; Duits jagerst. (van Lat. mota van movere = bewegen?) aantal honden voor een parforcejacht, een slipjacht enz.

1933
2022-07-06
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Meute

koppel v/d par-force-jacht afgerichte honden. 10 tot 20 stuks sterk.