Wat is de betekenis van meteen?

2019
2021-01-24
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

meteen

meteen - Bijwoord 1. onmiddellijk. Ik zal het meteen doen. 2. tegelijkertijd. We zullen het meteen meenemen.

Lees verder
2018
2021-01-24
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

meteen

meteen - bijwoord uitspraak: met-een 1. zonder te wachten ♢hij kwam meteen op ons af 2. op hetzelfde moment ♢ik wil nog een Cola en meteen even afrekenen Bijwoord: met-een...

Lees verder
1973
2021-01-24
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

meteen

bw., 1. tegelijkertijd: nu ik toch hier ben, zal ik dit — maar meenemen; 2. onmiddellijk daarop: hij zweeg, — barstte een tumult los; 3. heel spoedig: ik zal je — helpen, zo —, aanstonds.

Lees verder
1950
2021-01-24
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Meteen

bw., 1. tegelijkertijd: nu ik toch hier ben, zal ik dit meteen maar meenemen; — soms mede ter aanduiding van een gevolg: ons volk verloor al zijn wetten en zijn bestaan meteen; 2. terstond, dadelijk: ik kom meteen wel eens bij je; ik zal je meteen helpen ; — zo meteen, aanstonds, over een korte tijd; 3. (Zuidn.)...

Lees verder
1898
2021-01-24
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Meteen

Meteen bw. terstond, dadelijk: ik kom meteen wel eens bij je; ik zal je meteen helpen; — te gelijker tijd: nu ik toch hier ben, zal ik dit meteen maar meenemen.

Lees verder