Wat is de betekenis van meteen?

2019
2022-10-07
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

meteen

meteen - Bijwoord 1. onmiddellijk. Ik zal het meteen doen. 2. tegelijkertijd. We zullen het meteen meenemen.

Lees verder
2018
2022-10-07
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

meteen

meteen - bijwoord uitspraak: met-een 1. zonder te wachten ♢hij kwam meteen op ons af 2. op hetzelfde moment ♢ik wil nog een Cola en meteen even afrekenen Bijwoord: met-een...

Lees verder
1973
2022-10-07
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

meteen

bw., 1. tegelijkertijd: nu ik toch hier ben, zal ik dit meteen maar meenemen; 2. onmiddellijk daarop: hij zweeg, meteen barstte een tumult los; 3. heel spoedig: ik zal je meteen helpen, zo meteen, aanstonds. Metellus, Quintus Caecilius Metellus Macedonicus Romeins veldheer, ca.190, ♱115 v.C.; uit het plebejisch geslacht Caecilius. Metellus versl...

Lees verder
1952
2022-10-07
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Meteen

adv., meiïens, mei, fuort, dalik(s); zo —, aenstouns, aenst, aensent, strakdalik, fuort (en )dalik, fuortynienen.

1950
2022-10-07
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Meteen

bw., 1. tegelijkertijd: nu ik toch hier ben, zal ik dit meteen maar meenemen; — soms mede ter aanduiding van een gevolg: ons volk verloor al zijn wetten en zijn bestaan meteen; 2. terstond, dadelijk: ik kom meteen wel eens bij je; ik zal je meteen helpen ; — zo meteen, aanstonds, over een korte tijd; 3. (Zuidn.)...

Lees verder
1937
2022-10-07
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

meteen

bw. 1. tegelijkertijd: verheugd, maar verlegen meteen; 2. onmiddellijk daarop: een schot, meteen verdween de gestalte; 3. dikwijls met zo: zo aanstonds: ik kom meteen; ik help u (zo) meteen; tot meteen.

Lees verder
1930
2022-10-07
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

meteen

(met'e:n) bw. 1. tegelijkertijd: donker is ‘t, en koud -; toen hij daar aankwam, verscheen ...; uitgaande stak hij de brief in de bus. 2. onmiddellijk daarop: ga maar, wij volgen u -.

Lees verder
1898
2022-10-07
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Meteen

Meteen bw. terstond, dadelijk: ik kom meteen wel eens bij je; ik zal je meteen helpen; — te gelijker tijd: nu ik toch hier ben, zal ik dit meteen maar meenemen.

Lees verder