Wat is de betekenis van met?

2020
2021-12-05
Redactie Ensie

Fitness begrippen omschreven

MET

Een maateenheid van zuurstofconsumptie. Een MET komt ongeveer overeen met de hoeveelheid zuurstof die per minuut wordt verbruikt door een persoon in rust. Een persoon die traint met twee METs, verbruikt tweemaal zoveel zuurstof als in rust.

Lees verder
2019
2021-12-05
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

met

met - Voorzetsel 1. en daarbij 's Ochtends eten we brood met beleg. 2. in gezelschap van Ik ga met hem mee. 3. als partner hebbende Morgen zal ik er met m'n manager over spreken. 4. als gevoel hebbe...

Lees verder
2018
2021-12-05
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

met

met - voorzetsel, bijwoord 1. iets of iemand erbij ♢we gaan met Peter naar het strand 1. met dank aan Jan de Wit [wij bedanken hem] 2. met wie spreek ik? ...

Lees verder
2017
2021-12-05
Soldaten

Jargon & Slang van Soldaten

Met

Met - Vlaamse afkorting van méteo = weerkundige dienst.

2001
2021-12-05
Internet woordenboek

Uitgave 2001 [draft]

MET

Mean European Time of Midden Europese Tijd. De tijdzone die ook in Nederland geldt. MET scheelt in wintertijd +1 uur en in zomertijd +2 uur met GMT. Zie ook GMT.

Lees verder
1993
2021-12-05
Peter Timofeeff

Prisma van het Weer

MET

Zie: Midden-Europese Tijd

1973
2021-12-05
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

met

I. vz., 1. ter aanduiding van een vereniging of begeleiding; in gezelschap van: mag ik — u meegaan?; hij is — de kas op de loop gegaan, de kas bij zich hebbend; tot en — vers 6, vers 6 erbij ingesloten; 2. ter aanduiding van een vermeerdering of optelling: — hem erbij zijn er zeven; één nieuwe haring — (...

Lees verder
1955
2021-12-05
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Met

o., gehakt vlees; metworst: vleesworst.

1952
2021-12-05
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Met

praep., mei; — zijn drieën, mei ús (jim, har) trijen, trije man sterk, trijer(e)som.

1950
2021-12-05
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Met

I. MET o., gehakt (varkens)vlees. II. MET v. (-ten), landmaat in Zeeland. III. MET v. (-ten), mette, v. (-n), (gew.) geit. IV. MET I. vz., 1. ter aanduiding van een vereniging of begeleiding, in gezelschap van: mag ik met u meegaand ; kom met mij; met elkander eten, reizen; — hij is met de kas op de loop gegaan, de...

Lees verder
1937
2021-12-05
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

met

I. 1. vz.: schrijven met een pen, door middel van; met iemand gaan, hem vergezellen; met geweld, door; laat hem met vrede, in; met iets bezig zijn, aan; 2. bw.: met komt een knaap gelopen, tegelijkertijd. II. o.; gehakt varkensvlees; gew. en in samenstellingen; zie metworst.

Lees verder