Wat is de betekenis van mesten?

2020
2021-10-27
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

mesten

(2018) (kaartspel) een goede kaart opgooien. • (Rien van den Broek & Ad Kerstens: Van aaszak tot zwabber. Woordenboek van de kaartspeler. 2018)

Lees verder
2019
2021-10-27
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

mesten

mesten - Werkwoord 1. (landbouw) (ov) 1. van mest voorzien, bemesten, gieren 2. mest verwijderen uit, uitmesten 3. vet laten worden door overdadig voedsel te geven, vetmesten

Lees verder
2018
2021-10-27
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

mesten

mesten - regelmatig werkwoord uitspraak: mes-ten 1. door het strooien van mest vruchtbaar maken ♢ik moet de geploegde grond nog mesten voor het winter wordt 2. er de mest uit weghalen ♢wil jij het koni...

Lees verder
1973
2021-10-27
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

mesten

(mestte, heeft gemest), I. (overg.) 1. vruchtbaar maken door er mest op te brengen; 2. mest uit de stal wegvoeren; II. (onoverg.) mest laten vallen (van dieren gezegd): dun, los —. mesten (mestte, heeft gemest), 1. (vee) vet maken door geregeld (bepaald) voedsel te geven; vetmesten: varkens —, vet en dik maken; 2. (iemand, zichze...

Lees verder
1952
2021-10-27
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Mesten

v.; (van grond), dongje; (van dieren), meste, oanfuorje; een varken —, in baerch op ’t hok hawwe.

1950
2021-10-27
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Mesten

I. MESTEN (mestte, heeft gemest), 1. (degrond) vruchtbaar maken door er mest op te brengen; 2. mest uit de stal wegvoeren; 3. mest, drek van zich geven (van dieren gezegd): dun, los mesten. II. MESTEN (mestte, heeft gemest), 1. (vee) vet maken door het geregeld (bepaald) voedsel te geven; 2. iem. vet en dik maken: zich mesten;...

Lees verder
1898
2021-10-27
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Mesten

Mesten (mestte, heeft gemest), vet maken, vet doen worden (het vee); zich mesten, zich te goed doen aan eten en drinken; — (w. g.) drek van zich geven; — mest wegvoeren, van mest ontdoen: vandaag moet de stal gemest worden; — bemesten, den grond vruchtbaar maken: een boer die zijn land goed mest is altijd de baas. MESTING, v. (-...

Lees verder