Wat is de betekenis van men?

2018
2021-12-06
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

men

men - voornaamwoord 1. als je niet precies aangeeft wie je bedoelt ♢men rijdt daar erg hard Voornaamwoord: men

Lees verder
1973
2021-12-06
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

men

I. onbep. vn., 1. de mensen: — zegt, er wordt gezegd, verteld; 2. alle personen, of ook een enkel persoon, waarvan in een bepaald geval sprake kan zijn: — zou zeggen dat je nog niets hebt geleerd; 3. omschrijvende aanduiding van een derde persoon, gebruikt als men schijnbaar niet wil te kennen geven wie men bedoelt: had slechts een kl...

Lees verder
1961
2021-12-06
Mythologische Encyclopedie

Geschreven door Dr. A. van Anken

MEN

Bij de Phrygiërs: een mannelijke personificatie van de maan.

1952
2021-12-06
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Men

pron.; (de spreker insluitend), men; — zegt, hja sizze, der wurdt sein.

1950
2021-12-06
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Men

I. onbep. vnw., 1. de mensen: men zegt, er wordt gezegd, verhaald; 2. alle personen, of ook een enkel persoon, waarvan in een bep. geval sprake kan wezen: men zou zeggen dat je nog niets hebt geleerd! 3. omschrijvende aanduiding van een derde persoon, gebruikt als men schijnbaar niet wil te kennen geven wie men bedoelt: ha...

Lees verder
1937
2021-12-06
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

men

1. onbep. vnw.; de mensen; alle personen of een enkel persoon, dien men niet nauwkeurig aanduidt, waarvan in een bepaald geval sprake kan wezen; de wereld, de openbare mening: men zegt, er wordt gezegd; 2. zn.: de onbekende men.

Lees verder
1916
2021-12-06
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Men

Men - Phrygische maangod, die door geheel Klein-Azië werd vereerd en in de 3e eeuw v. C. ook in Attica doordrong. Hij had den bijnaam van Tyrannos en werd later met Attis geïdentificeerd. Op afbeeldingen wordt hij voorgesteld als een jeugdige godheid met de Phrygische muts en de halve maan, waarvan de horens achter zijn schouders uitsteken.

1910
2021-12-06
Grieksche en Romeinsche Oudheid

Woordenboek der Grieksche en Romeinsche Oudheid

Men

Men - Μήν, 1) maangod bij de Phrygiërs.—2) = Menes.

1898
2021-12-06
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Men

Men onbep. vnw. de menschen; de wereld (in het algemeen): men zegt, er wordt gezegd, verhaald; de groote, onbekende men; men wil het zoo, het wordt zoo verlangd; men wordt verzocht, er wordt verzocht; men kan er niets aan doen, niemand kan er iets aan doen.