Wat is de betekenis van Melig?

2021
2022-05-18
Redactie Ensie

Schrijver op Ensie

Melig

Melig betekent officieel meelachtig, maar vaak wordt er bedoeld dat iemand flauw, maar tegelijkertijd grappig is. Als iets meligs is, is het een beetje droog en niet sappig. Soms wordt er ook wel bedoeld dat bijvoorbeeld een vrucht overrijp is of dat iets in poedervorm is. Aardappels kunnen bijvoorbeeld melig zijn. Wanneer een persoon melig is, moe...

Lees verder
2019
2022-05-18
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

melig

melig - Bijvoeglijk naamwoord 1. flauw-grappig Een melige opmerking. 2. lusteloos, verveeld Een melige bui. 3. (voeding) flauw van smaak, weinig smaak hebbend Een melige smaak. 4. meelachtig Woo...

Lees verder
2018
2022-05-18
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

melig

melig - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: me-lig 1. wat uit meel bestaat of op meel lijkt ♢deze koekjes zijn nogal melig 2. flauw en grappig ♢we waren in een melige stemming Bijvoeglijk naamw...

Lees verder
2017
2022-05-18
Studenten

Jargon & Slang van Studenten

Melig

Melig - op een flauwe manier grappig. Afgeleid van meel.

1973
2022-05-18
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

melig

bn. (-er, -st), 1. uit meel bestaande: de melige kern van een tarwekorrel; 2. pulverachtig, niet samenhangend: melige spaantjes hout; vooral van vruchten die door lang liggen te rijp en daardoor droog en korrelig zijn geworden; 3. flauw-grappig.

Lees verder
1952
2022-05-18
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Melig

adj., moalieh.

1950
2022-05-18
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Melig

bn. (-er, -st), 1. uit meel bestaande: de melige kern van een tarwekorrel; 2. pulverachtig, niet samenhangend: melige spaantjes hout; — vooral van vruchten die door lang liggen te rijp en daardoor droog en korrelig zijn geworden; — melige stuifzwam (Lycoperdon furfuraceum); 3. (veroud.) bleekachtig van gezich...

Lees verder
1949
2022-05-18
Boevenjargon

Geschreven door Professor Henry Roskam

melig

zie: megig.

1937
2022-05-18
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

melig

bn.; meelachtig: deze peren zijn melig; melige kastanjes, melige aardappels; stud. melig zijn, overmoe en daardoor flauw-grappig.

1933
2022-05-18
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Melig

➝ Glazig.

1898
2022-05-18
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Melig

Melig bn. (-er, -st), als meel, meelachtig; ook van vruchten die door lang liggen te rijp en daardoor droog, korrelig zijn geworden. MELIGHEID, v.