Wat is de betekenis van Mare?

2020
2022-11-30
Meertens Instituut

Nederlandse Voornamenbank

Mare

Vleivorm van Maria of Marina of van een andere naam met Mar-.

2019
2022-11-30
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Mare

Mare - Eigennaam 1. (vrouwelijke naam) meisjesnaam

Lees verder
2018
2022-11-30
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

mare

mare - zelfstandig naamwoord uitspraak: ma-re 1. mondelinge of schriftelijke informatie ♢wij ontvingen de mare dat er veranderingen op komst zijn 2. bericht waarvan je niet zeker weet of het waar is ♢d...

Lees verder
2017
2022-11-30
Gert Crum

Champagne compleet

Mare

term die vooral wordt gebruikt om een partij druiven van 4000 kilo, een pers vol, aan te geven. Maateenheid bij de verkoop, respectievelijk koop van druiven.

2004
2022-11-30
Vlaams-Nederlands woordenboek

Peter Bakema

mare

zie maar.

1994
2022-11-30
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Mare

[Lat.] 1. zee; 2. vlakte op de maan (vroeger voor zee gehouden); mare liberum, de vrije zee.

Lees verder
1993
2022-11-30
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Mare

(maar) bericht; kratermeer

1982
2022-11-30
Encyclopedie van Zeeland

Alles over Zeeland

MARE

(Die maer, Ter Mare, Mara, Maire). Verdronken dorp ten noordwesten van Rilland, op de plaats van de huidige → Stationsbuurt. Als parochie komt Mare voor op de tiendlijst van 1275-1280. Het behoorde aan het kapittel van Oudmunster te Utrecht. In de kerk waren drie vicarieën gesticht ter ere van de heilige Maria, Nicolaas en een waarvan we...

Lees verder
1973
2022-11-30
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

mare

v./m., →maar.

1964
2022-11-30
voornamen

Voornamenboek

Mare

m -> Marcus.

1952
2022-11-30
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Mare

s., tynge.

1952
2022-11-30
Frans woordenboek (FR-NL) 1950

Dr. F.P.H. Prick van Wely

Mare

poel, plas.

1951
2022-11-30
Woordenboek Engels (EN-NL) 1951

Dr. F.P.H. van Wely

mare

merrie; find a mare’s nest, zich blij maken met een dode mus.

1951
2022-11-30
Duits woordenboek (DU-NL) 1951

Dr. H. W. J. Kroes

Märe

mare, verhaal; tijding.

1951
2022-11-30
Italiaans

Woordenboek Italiaans (IT-NL) 1951

mare

zee; lega di mare, zeemijl; mare magno, grote hoeveelheid; uomo in mare! man overboord.

1950
2022-11-30
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Mare

I. v. (maren), (alleen nog in hogere stijl), 1. tijding, bericht; 2. lopend gerucht; de mare gaat, loopt. II. v., (Zuidn.) nachtmerrie; vgl. MAAR, (II). III. v. (-n), ketelvormige inzakking in nietvulkanisch gesteente, gewoonlijk een meer.

Lees verder
1949
2022-11-30
Woordenboek Latijn

Geschreven door Dr. J.F.L. Montijn

Mărĕ

is, abl. i, m. 1. eig., zee, nostrum, de Middellandse, Caes., superum, de Adriatische en Ionische, Cic., inferum, de Etrurische, Cic., mari, ter zee, Nep., terra marique, te water en te land, Cic., maria omnia caelo miseere, hemel en aarde vermengen = een ontzettende storm verwekken, Verg., (spreekw.) po...

Lees verder
1937
2022-11-30
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

mare

v. maren (nieuwstijding).

1930
2022-11-30
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

Mare

('mɛə) (Walter de la) Engels letterkundige, 0 1873; schreef o. a. Collected Poems (1920), Ding Dona Bell (1924), Stuff and Nonsense (1927).

1916
2022-11-30
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Maré

Maré, - ook wel Pottenbakkerseil. genoemd, eilandje ten Z. van ’t eil. Tidore, op ± 0°34' N.B. bestaande uit een ongeveer 150 M. hooge vulkaanruïne; bekend door de daar voorkomende gele kleisoort, waarvan de in de res. Ternate allerwege gebruikt wordende potten en pannen door de vrouwen en kinderen vervaardigd worden; de mannen houden zich vooral m...

Lees verder